Nergens zijn de kwaliteitsverschillen tussen scholen zo groot als in Nederland

Vandaag heeft de Onderwijsinspectie haar jaarlijkse rapport Staat van het onderwijs uitgebracht. In dit rapport beschrijft zij wat er goed gaat en beter kan in het onderwijs.

De uitkomsten van dit jaar zijn ronduit zorgelijk. Een van de opmerkelijkste bevindingen is dat het verschil in kwaliteit tussen scholen groot is. Sterker: er is geen ander OESO-land waar de verschillen in kwaliteit groter zijn dan in Nederland.

Dat kan zeer serieuze gevolgen hebben voor kinderen. Het kan namelijk zomaar gebeuren dat twee kinderen met dezelfde capaciteiten na het doorlopen van verschillende basisscholen totaal uiteenlopende middelbare-schooladviezen krijgen.

Ook het totaal aantal kinderen dat goed presteert, is de afgelopen tien tot twintig jaar flink teruggelopen. Bij rekenen is dit het sterkst te zien. Het percentage leerlingen met hoge scores op rekenen, wiskunde en natuurwetenschappen daalt.

Dit jaar wordt naast Staat van het onderwijs voor het eerst ook Staat van de ouder uitgebracht. Dit rapport, dat werd geschreven door twee journalisten die in opdracht werkten van de door het ministerie van Onderwijs gefinancierde oudervakbond-zonder-leden Ouders en Onderwijs, laat een heel ander geluid horen. Ouders zouden over het algemeen juist heel tevreden zijn over de kwaliteit van het onderwijs van hun kind. Het enige wat ze verbeterd zouden willen zien? De schooltijden. Die zouden wat beter moeten aansluiten op hun werk.

Onafhankelijkere ouderverenigingen zijn het totaal niet eens met de conclusies van Ouders en Onderwijs en hebben daarom hun eigen Staat van ouders uitgebracht. Hierin wijzen zij vooral op de grote problemen die scholen hebben met het bieden van passend onderwijs.

Lees hier het rapport Staat van het onderwijs van de Onderwijsinspectie. Lees hier het rapport Staat van de ouder En lees hier de onafhankelijke analyse van Balans
Correspondent Kinderomgang