Illustratie: Jip Piet (voor De Correspondent)

De Tweede Kamer had alles geregeld. Ouders weg. Genoeg chips en drinken in huis. Maar geen idee wat te doen. Iedereen vond iets. Het werd geen plan.

Het Kamerdebat van 17 mei over de mislukte eerste formatieronde sinds de verkiezingen van 15 maart was ergerlijk en onthullend tegelijk.

Soms helpt een ritueel om de collectieve verlegenheid op te lossen. Om niet iedere waarheid hardop te hoeven zeggen. Dat is er bij de Nederlandse kabinetsformatie niet meer. Het Kamerdebat liet duidelijk de ondiepte zien van de nieuwe verhoudingen. Transparantie tot op de bodem.

Het nuttige ritueel dat verloren ging

Sinds 2012 is de gebruikelijke gang naar het paleis geschrapt uit de kabinetsformatie. Een kabinet vormen zonder hulp van het staatshoofd paste bij een zelfbewuste volksvertegenwoordiging. En het kon zonder al te veel gezichtsverlies, met het oog op de komende troonswisseling.

Er ging een element van objectivering verloren

Daarmee ging een element van objectivering verloren. Het staatshoofd met zijn of haar vaste adviseurs stond een stap verwijderd van de hoofdrolspelers en kon zeggen: alles overziend, zou je dit niet eens proberen?

Kabinetsformaties konden vroeger ook lang duren. Partijen met een uitgesproken nestgeur hadden net zoveel voorkeuren en lange tanden als nu. Alleen zijn de grote partijen kleiner geworden en is er dus nog meer te schikken en te plooien voordat er een meerderheid in zicht komt.

Het onderonsje dat overbleef

Eén ding was wel pijnlijk zichtbaar in het debat over de mislukte eerste formatieronde: als alle deelnemers aan zo’n ronde er niets over willen vertellen, dan wordt geen verantwoording afgelegd.

De soms oplaaiende lacherigheid maakte het een onderonsje voor politieke junkies. De gewoon geïnteresseerde burger had gediplomeerde tolk-vertalers nodig om de omtrekkende bewegingen van al die bekende gezichten te verklaren.

In alle openbaarheid werd verteld dat openheid een luxe is die we ons in een coalitiecultuur niet kunnen veroorloven. Zonder paleisbeelden en de stroomlijning van een gesprek onder leiding op enige afstand, resteerde een hangmiddagje zonder groepsdynamiek.

Wat was nu echt het breekpunt?

Welkom in de werkelijkheid. Na twee maanden zoet praten bleek maandag opeens dat informateur Edith Schippers de leiders van VVD, CDA, D66 en GroenLinks het mes op de keel had gezet op het onderwerp migratie.

Het was moeilijk geweest als het ging over klimaat en inkomensverschillen, maar dit was het breekpunt. Hoezo, dat werd niet duidelijk. Alle vier plus de informateur hielden zich aan de afgesproken lief-blijf-code.

Dat is niet goed voor het ‘meenemen’ van de kiezers. En ook niet voor het bedienen van de eigen achterban. Kennelijk waren er zwaarder wegende overwegingen om het gebroken front gesloten te houden. Misschien hebben de vier elkaar nog eens nodig. Na nog een paar mislukte formatierondjes. Of als er straks weer akkoorden tussen kabinet en oppositie nodig zijn.

Onhandig was het wel. Jesse Klaver voelde het op zijn meet-up in het Haagse Paard van Troje waar hij zijn aanhangers wilde uitleggen wat de stand was: deels teleurstelling over niet meeregeren, deels opluchting om geen rechts beleid te hoeven steunen. Maar vooral mist.

Waarom moest juist migratie het breekpunt worden?

Zo bleef de klemmende vraag in de lucht hangen: waarom moest juist migratie het breekpunt worden?

Als zij absoluut had gewild dat deze formatiepoging slaagde, dan had Schippers ook doortastend kunnen worden op een heleboel andere onderwerpen. En als dán migratie was overgebleven, dan was er meer reden voor alle deelnemers ook daar compromissen te vinden.

Bovendien: was het breekpunt, zoals verklaard, echt die verdragen à la de Turkijedeal die VVD en CDA willen sluiten met landen in Noord-Afrika? In Libië is amper een regering te vinden met wie steekhoudende akkoorden zijn te sluiten.

En dat GroenLinks een andere grondhouding heeft ten opzichte van de vluchtelingenstroom is duidelijk, maar de praktijk is zo weerbarstig en onvoorspelbaar dat hierop breken van beide kanten ook onwil verraadt. Voor VVD en CDA kwam het wel heel goed uit juist op dit PVV-thema te breken.

Tijd voor VVD en CDA om moed te tonen

Als dit zo eminent belangrijk is dat alle andere thema’s er voorlopig bij moeten inschieten, dan zouden VVD en CDA ook de moed van hun overtuiging moeten hebben. Zij deden het bij de verkiezingen van 15 maart (redelijk) goed, ook omdat zij een toon aansloegen die aarzelende PVV-stemmers lokte op een potentiële regeringspartij te stemmen.

Maar wie P zegt, moet ook VV proberen. Daar heeft Geert Wilders gelijk in: de tweede partij van het land maakt aanspraak op een plaats aan de verkenningstafel. Zijn kiezers hebben dezelfde burgerrechten als iedere andere stemmer.

Mark Rutte en Sybrand Buma maakten zich in het Kamerdebat wel heel snel uit de voeten toen Wilders dat voorhield. En daar zijn natuurlijk best argumenten voor: de PVV heeft geen compleet verkiezingsprogramma, doet op veel terreinen geen serieuze voorstellen en Wilders discrimineert bevolkingsgroepen.

Maar het is het één of het ander. Als VVD en CDA nooit niet met de PVV willen regeren, maak dan zichtbare gebaren naar partijen met andere idealen. GroenLinks de Gestippelde Piet toespelen en hunkeren naar braaf klein christelijk rechts is weinig fantasierijk.

Het zou van meer moed en zelfvertrouwen getuigen als VVD en CDA het dan maar met z’n tweeën probeerden. Ze zijn het over veel eens en kunnen vervolgens op verschillende thema’s wisselende meerderheden verzamelen.

Want de alternatieven houden niet over

En D66 dan? Die partij heeft de weinig benijdenswaardige rol rechts en links te moeten verbinden. Doet Alexander Pechtold dat niet, neemt hij plaats in de zijspan van Rutte en Buma, dan wacht hem na de volgende verkiezingen een plekje naast de PvdA op de achterbankjes.

Het is voor D66 dus van levensbelang het dynamisch hart te zijn van een enigszins vernieuwend, enigszins groen kabinet. Vandaar Pechtolds licht wanhopige uitnodiging aan de SP-leider om te komen dansen.

Emile Roemer werd er bijna verlegen van. Voor hem is regeren met de neoliberale duivel VVD totaal onbespreekbaar. Hij verslikt zich in zijn tomaat bij de gedachte. Maar hoe gaat het eigenlijk in de colleges van Amsterdam, Zuid-Holland en elders waar VVD en SP vrij normaal samen besturen?

Roemer had een alternatief: een linkse coalitie van zes partijen onder leiding van het CDA. Alsof dat logisch is. Vraag de paus een LGBTQIA-congres te leiden en kijk of hij ja zegt. Buma vond het idee dat hij in het Torentje mag zitten wel leuk, maar verder wees hij het plan af als onrealistisch.

De SP staat op een wezenlijk keuzepunt. Na de stilstaande kiezerswaardering op 15 maart kan de partij proberen landelijk te laten zien dat zij van rechtvaardig besturen is, of wegblijven en werken aan een brede vooruitstrevende beweging. Het woordspelletje van deze week leek op geen van beide.

D66 dus. Zonder de SP kan Pechtold nog naar Lodewijk Asscher en zijn negen PvdA-zetels kijken als tegenwicht voor de 52 rechtse zetels van VVD en CDA. Of toch zijn liberale kroonjuwelen inleveren bij de beveiliging en met CDA en ChristenUnie (gesouffleerd door het SGP) een conservatief kabinet op de rit houden? Het is voor D66 te hopen dat Pechtolds wens nog een keer wat langer minister te zijn de blik niet vertroebelt.

Waar brengt ons dit? In een tijd van haastig betrokken burgerschap zonder geduld voor de lichte mystificatie van een koninklijke hand in de kabinetsformatie bestuurt de Kamer betrekkelijk naakt. Ook wel onthullend in al zijn mistigheid.

In mijn Politiek Dagboek probeer ik achtergrond te geven bij het nieuws over politiek en democratie. Het zijn persoonlijke notities bij de actuele gang van zaken. Volgende week kan de invalshoek weer anders zijn.

Lees ook:

Formeren is: achteromkijken of de PVV je nog op de hielen zit Dat de formatie is stukgelopen op klimaat én migratie, laat zien hoe benepen het CDA en de VVD tegenwoordig denken. Lees de column hier terug Waarom juist VVD’ers altijd in de problemen komen Hoe komt het dat vooral VVD-politici in ethische problemen komen? En hoe komt het dat juist de VVD er maar niet in slaagt daar helder en overtuigend mee om te gaan? De markt is bij uitstek niet ethisch. De markt is waar de huidige VVD om draait, laat ik in mijn Politiek dagboek zien. Lees het stuk hier terug

Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail