Hij noemt me u, ik noem hem meneer. Hij vindt dat te seculier, ik noem hem monseigneur. Hij neemt zelf de telefoon op wanneer ik het bisdom bel, ‘bisschop Gerard de Korte’, nodigt me uit om nog diezelfde avond in zijn ambtswoning langs te komen. Om zeven uur? Of komt halfacht beter uit in verband met avondeten? Hij zal zorgen dat er koffie en thee is, koekjes ook, en dan kunnen we praten.

Dit is de eerste bisschop die ik ooit interview, maar die directe en persoonlijke benadering schijnt uitzonderlijk te zijn. Net als veel van zijn standpunten, die binnen de katholieke kaders als progressief worden beschouwd. Hij is progressief zoals je de huidige paus progressief kan noemen: strikt in de leer, maar niet bang om zijn nek uit te steken.

Want De Korte over misbruik in de kerk, onderhoudt met de protestantse kerk, bekritiseert zijn eigen bisdom waar nodig, door de aartsbisschop toen hij het zingen van moderne kerkliederen verdedigde - en onder die het Bossche bisdom (in aantallen het grootste van Nederland) telt.

De maatschappij versus de kerk

Naar de ambtswoning dus. Vanaf de voet van de Sint Jansbasiliek is het ongeveer honderd meter tot de voordeur van bisschop de Korte. De route: volkskroeg, kakkerskroeg, minderjarigenkroeg, ooit hiphopcafé maar nu koudgeperste-sappen-kroeg, schuurkroeg, eetkroeg en dan Bisschopspaleis.

Hoe kan liefde tussen twee instemmende volwassenen ooit zondig zijn? Wordt de kerk als instituut overbodig?

De Korte doet open in een zwart pak met wit boord en zilveren schakelketting. Aan zijn vinger een zegelring, op zijn hoofd grijs haar in een strakke zijscheiding. Ik complimenteer hem met zijn kantoor, dat ‘een van zijn ontvangstruimtes’ blijkt. Er zijn inderdaad koekjes. Er zijn ook vloerbedekking, koekoeksklok met zon en maan die om elkaar heen draaien, karretje met servies, Jezus in een lijst - het ruikt naar bibliotheek.

We praten anderhalf uur. Te kort om uit de vragen te komen die we beiden hebben, hetzij vanuit een andere invalshoek (Hoe kan liefde tussen twee instemmende volwassenen ooit zondig zijn? Wordt de kerk als instituut overbodig? In hoeverre valt de leer aan te passen aan de voortdenderende emancipatie?), maar lang genoeg om een beeld te krijgen van De Korte. Open, bewust van zijn positie, bewust van de positie van de kerk in de huidige maatschappij.

Een van de grootste pijnpunten: de seculiere maatschappij die persoonlijke vrijheden vooropstelt, tegenover de klassieke kerkleer die hij representeert.

De priesters versus de kerk

Maar ik ben hier ook niet om daar nu uit te komen. Ik bezoek hem omdat De Korte op 24 juni 2017, als eerste bisschop ooit, zou gaan zegenen in de Sint Jan in Den Bosch. Een dienst van grote symbolische waarde: de bevestiging dat het huis van God je erkent, ongeacht je geaardheid.

Allemaal ter ere van het emancipatiefestival dat rondtrekt en dit jaar in de stad plaatsvond. Die dienst leek in lijn met zijn reputatie: bewust van de kloof tussen de leer en het leven, op zoek naar inclusiviteit, vooruitstrevend.

Maar anderhalve week voor de zegening trok de bisschop zich terug Een deel van zijn priesters en kerkgangers was volgens hem te bezorgd, hij wilde niet voor verdere onrust zorgen.

Dat terugtrekken voelt als een nederlaag, zegt De Korte, terwijl hij me direct aankijkt. ‘De kerk moet een handreiking doen naar homo’s - mensen die historisch zijn benadeeld door de kerk.’ Hij draait aan de ring aan zijn vinger. ‘Maar een deel van de priesters kon zo’n dienst en de waarden van de kerk niet aan elkaar verbinden. In hun verbeelding zagen ze wild uitgedoste mensen, drag queens, halfnaakte mannen. Een soort extravagante carnavalachtige stoet die de kerk zou binnentrekken.’

Ja, maar... carnaval zelf dan? Op de zondagochtend van carnaval is de mis in juist deze kerk, die je volgens veel Bosschenaren geen kerk mag noemen (‘het is een ka-the-draal’), het startpunt van drie dagen goddeloosheid. Om elf over negen samen bidden, om elf over tien de vernieling in. De Korte: ‘Ook tijdens carnaval gebeuren dingen die worden afgekeurd door veel gelovigen.’ Waarom die mis dan niet afzeggen? ‘Omdat het een langlopende, katholieke traditie is.’

Bij de homozegening was er dus meer weerstand, al kwam die volgens de bisschop maar van enkele tientallen priesters. Het zegenen van lhbtqia’ers zou volgens hen te ver afstaan van wat de katholieke kerk ‘geordende’ relaties noemt: mannen en vrouwen die getrouwd zijn en pas daarna seks hebben, met als doel kinderen te maken.

Een rigide en wat de meeste mensen betreft achterhaalde invulling van wat een relatie zou moeten zijn. Een invulling bovendien die alleen nog wordt gehanteerd onder de zeer strikt gelovigen. Want een substantieel deel van de kerkgangers en priesters was vóór de dienst.

De nuance en de kerk

Waarom dan toch afblazen? Als ik hem die vraag stel, vrij snel nadat we zijn gaan zitten in de ontvangstkamer, zegt De Korte voor de eerste keer: ‘Dat ligt genuanceerder.’ En het is de eerste keer dat ik denk: Genuanceerder dan wat? Dan wat ik denk? Dan wat gangbaar is in de seculiere maatschappij? Dan wat zijn antwoord doet vermoeden?

Misschien is het ook een manier om zichzelf in te dekken. Want ja, De Korte staat bekend als progressief. Maar hij is ook een bisschop. Een man van het woord, van regels, van geboden en verboden. Die naastenliefde predikt en acceptatie, maar die ook met uitgestreken gezicht zegt: ‘De koninklijke weg voor de homoseksueel is een leven van onthouding.’ Een man die homoseks vergelijkt met ‘andere zonden’ als diefstal, overspel of misbruik.

Ik vind het aanstootgevend, gewelddadig bijna, maar probeer zijn redenering te begrijpen. Al snel loop ik weer vast. Afgezien van hoe discriminatoir zijn woorden klinken in mijn volgens hem ‘liberale, humanistische oren’ - in elk van die andere voorbeelden is er duidelijk iemand die lijdt onder de begane ‘zonden’. Degene die bestolen of bedrogen wordt, degene die is misbruikt. Wie is er ‘slachtoffer’ bij lhbtqia-seks met wederzijdse instemming?

Dat ligt volgens de bisschop genuanceerder.

Gaandeweg merk ik dat hij met die woorden het soms gapende gat tussen de leer en het leven probeert te vatten. En wil aangeven dat je ook binnen de religieuze kaders kunt discussiëren over wat mag en kan. Het moeilijke is alleen: het laatste woord in die discussies is altijd voor ‘de leer’, die staat al vast.

‘Ik snap dat dit een groots gebaar had kunnen zijn richting de hele gemeenschap’

In het kort komt het volgens de bisschop hierop neer: alle mensen zijn kinderen van God, alle mensen hebben recht op liefde en vriendschap en barmhartigheid. Maar voor homoseksuelen zit daar volgens hem en de kerk een grens aan: een relatie hebben mag, maar dan wel eentje zonder seks. Want seksen is ‘ongeordend’ wanneer dat geen voortplanting ten doel heeft.

Terug naar die nederlaag die De Korte net beschreef. Als ik verder vraag, blijkt die vooral te zitten in ‘het niet kunnen overbrengen aan mijn priesters dat deze dienst geen religieuze gevoelens zou kwetsen.’ En minder in het ontzeggen van de zegening aan lhbtqia’ers. Hoewel hij ook dat pijnlijk vond, meent hij dat de vervangende dienst daar voldoende in heeft voorzien.

Er kwam namelijk alsnog een dienst, die Roze Zaterdag, maar dan in de protestantse Grote Kerk, een straat verderop. Volgens De Korte was het daar makkelijker te regelen, want, zo zei hij tegen het Brabants Dagblad: ‘voor katholieken is een kerk een sacrale ruimte, een huis van God. Protestanten zien een kerk eerder als een schuur voor het Woord.’ Een dienst in de Grote Kerk dus. Wel met een uitdrukkelijk door De Korte gesteunde katholieke zonder de bisschop zelf.

Maar geen Sint Jan. Geen epicentrum van katholiek Brabant, geen mooiste basiliek ter wereld en het accuraatste symbool van hoe Den Bosch in elkaar zit: een kerk omringd door kroegen. Het vleesgeworden spanningsveld tussen naar vroomheid streven en het weerbarstige echte leven.

De Korte: ‘Ik snap het als je me laf vindt omdat ik de dienst heb afgezegd. Ik snap dat dit een groots gebaar had kunnen zijn richting de hele gemeenschap. Maar ik heb de saamhorigheid van het bisdom vooropgesteld. Was dit doorgegaan, dan had ik het vertrouwen en de steun van een deel van mijn priesters verloren en juist dat heb ik nodig in deze tijden.’

De naastenliefde en de kerk

De handreikingen van de bisschop nu, na de mislukte poging tot een Roze Zaterdagdienst: werkgroepen organiseren, ontmoetingen aangaan met lhbtqia-organisaties. ‘Ik had laatst een transgender op bezoek. Dat was heel leerzaam.’

Over de dienst zelf zegt hij nu: ‘Ik wilde dit niet doen om te buigen voor de libertijnse cultuur. Ik wilde dit doen om plaats te bieden aan de zorgen en noden van homoseksuelen en hun ouders. Deze manier, deze dienst, bleek alleen niet de juiste weg. Het was te veel, te snel. Maar ik heb wat losgemaakt, ook binnen het bisdom.’

Gelijke rechten voor alle mensen. De vrijheid om lief te kunnen hebben hoe en wie je wilt. Het ligt allemaal genuanceerder binnen de Sint Jan. Maar hoeveel je ook wilt nuanceren: de bisschop had de kans om een ultiem gebaar te maken naar alle Brabantse katholieke lhbtqia’ers en koos ervoor dat niet te doen. Dat het geen makkelijk besluit was, snap ik. Dat een eeuwenoud instituut zich misschien niet leent voor zulke veranderingen, ook.

Aan het einde van ons gesprek besef ik dat de progressieve reputatie van bisschop De Korte te verantwoorden is, maar dat tegelijk de kloof tussen kerk en straat misschien wel zo groot is geworden dat élke handreiking als dapper beschouwd wordt.

Wil de kerk relevant blijven en haar functie als ‘Moeder van alle gelovigen’, zoals De Korte haar noemt, niet verliezen, dan zal ze zich moeten openstellen. Want volgens mij is dat toch echt de naastenliefde die zo vol overgave gepredikt wordt, aanstaande zondagochtend weer in de Sint Jan.

Bijna iedereen heeft het erover, maar wat is het verhaal van de betrokkenen zelf? Elke maand ontleed ik een mediastorm of portretteer ik iemand waarover in de media vooroordelen zijn ontstaan. Volgende maand een nieuw verhaal.

Lees ook: