Er doet een mythe de ronde; dat het winnen van grondstoffen en fossiele energie voor ontwikkeling zorgt in de landen waar de grondstoffen worden gewonnen. Ik kwam de mythe zelf telkens tegen in mijn Zij werken niet zelden bij Shell omdat ze

Waar oliebedrijven beginnen met boren, daar begint de vooruitgang,

Maar zo werkt het lang niet altijd. De geschiedenis van Zuid-Amerika laat zien dat de eindeloze winning van fossiele energie en grondstoffen de lokale economieën vaak helemaal niet ontwikkelt. Alleen een kleine bovenlaag profiteert. In gesprek met een Amerikaanse econoom hoorde ik de beste metafoor ooit voor dit probleem: het is alsof deze landen omhoog lopen op een roltrap die naar beneden gaat.

In dit stuk: waarom dat beeld zo raak is en hoe wij er misschien aan kunnen bijdragen dat deze landen zich wél kunnen ontwikkelen.

Waarom de metafoor van de roltrap zo raak is

De econoom die me het inzicht gaf is Ze is gespecialiseerd in Zuid-Amerika en weet vooral veel van Ecuador, het land waar ik haar in april interviewde.

Serra Pelada, een met de hand gegraven goudmijn in Brazilië, was een van de grootste mijnen ter wereld. Inmiddels is hij verlaten en staat hij onder water. Foto: Robert Nickelsberg / Getty

Serra Pelada, een met de hand gegraven goudmijn in Brazilië, was een van de grootste mijnen ter wereld. Inmiddels is hij verlaten en staat hij onder water. Foto: Robert Nickelsberg / Getty

Rays stelling is dat China’s ervoor zorgt dat economieën in Zuid-Amerika blijven steken in de rol van toeleverancier van grondstoffen, fossiele energie en bulkproducten zoals soja. De export van Zuid-Amerika naar China bestaat voor uit soja, ruwe olie, kopererts en ijzererts.

Zuid-Amerikaanse landen werden het afgelopen decennium afhankelijker van terwijl China ze aftroefde in fabrieksproductie. Voor landen als Ecuador levert dat een onmogelijke situatie op: ze kunnen niet concurreren met ‘de fabriek van de wereld’ en terwijl ze dolgraag verder zouden moderniseren, worden ze in feite steeds afhankelijker van de grondstoffen en bulkproducten die ze moeten leveren om niet in armoede te vervallen. Mensen en ecosystemen moeten wijken om de economie draaiende te houden.

In het geval van Ecuador gaat het vooral om olie, in Brazilië vooral om soja, en in bijvoorbeeld Peru om ijzer en koper. Maar een land als Ecuador, dat zich probeert te ontwikkelen met behulp van olie, zal eigenlijk altijd falen, claimt Ray. Want het menselijk leed en de milieuschade van oliewinning in kwetsbare natuurgebieden zoals de Amazone zullen altijd de baten overstijgen.

Inzetten op zo’n ontwikkelingsmodel is dus: omhoog lopen op een roltrap die naar beneden gaat. In het beste geval kom je niet vooruit. Maar als je stopt met lopen, ga je direct achteruit.

Kijk naar olie en je ziet hoe het werkt

Over olie – – is Ray het meest uitgesproken. ‘Je kunt van olie nooit een roltrap maken die omhoog gaat.’ De kosten – voor mensen, voor de natuur en het klimaat – zullen er altijd zijn. En bovendien: ‘Zelfs als je de baten eerlijk over de bevolking verdeelt, zoals Ecuador heeft geprobeerd, zal olie je niet helpen industrialiseren.’

Serra Pelada, een met de hand gegraven goudmijn in Brazilië, was een van de grootste mijnen ter wereld. Inmiddels is hij verlaten en staat hij onder water. Foto: Robert Nickelsberg / Getty

Serra Pelada, een met de hand gegraven goudmijn in Brazilië, was een van de grootste mijnen ter wereld. Inmiddels is hij verlaten en staat hij onder water. Foto: Robert Nickelsberg / Getty

Dat staat dus nogal op gespannen voet met het verhaal dat fossiele energiebedrijven vertellen. Waarom gelooft Ray dat niet? ‘Omdat de groep die profiteert van de olie altijd enorme druk zal zetten om te zorgen dat de overheid maar met één ding bezig is’ - lees: meer olie winnen. Olie leidt dus vooral tot de zucht naar meer olie en meer winst bij de kleine groep die daarvan profiteert.

Onder economen en politiek wetenschappers staat dit bekend als de Hij is in bijna pure vorm te zien in bijvoorbeeld Nigeria, waar de kosten van de oliewinning worden afgewenteld op de samenleving (en de natuur), terwijl de - ze belanden in de handen van

Er is een eenvoudige reden dat het zo werkt, zegt Ray: ‘Olie creëert in verhouding tot de hoeveelheid geld die ermee wordt verdiend. En de prijs wordt bepaald door een kartel, Olie is de perfecte sector als jij tot de elite behoort in een heel ongelijk land. Het past naadloos in zo’n politiek-economisch systeem.’

In Zuid-Amerika zijn voor iedere 1 miljoen dollar aan export uit extractieve industrieën – zoals olie en ijzererts – nog geen twaalf banen nodig. Landbouw en fabrieksproductie leveren zeker zes keer zoveel werk op. De afhankelijkheid van grondstofwinning zorgt dus bijna vanzelf voor een concentratie van geld en macht bij een

Er is wel een alternatief voor dit ‘Nigeria-model’ van extractivisme, namelijk een overheid die heel actief de winsten van de olie-industrie over de bevolking verdeelt. Dat heeft Ecuador de afgelopen tien jaar geprobeerd onder president Rafael Correa. Maar zelfs dat heeft niet geleid tot een economische ontwikkeling naar een toekomst zonder olie, zoals ik in liet zien. Bovendien ging het gepaard met harde repressie: tegenstanders van de olie-exploitatie werden gemarginaliseerd of genegeerd.

Als wat Ecuador heeft laten zien het hoogst haalbare is, zegt Ray, dan lijkt het vrijwel onmogelijk om met olie de roltrap van richting te laten veranderen.

Wie bedient de roltrap?

Uiteindelijk is het de prijs van olie en ruwe grondstoffen die bepaalt hoeveel ervan wordt gewonnen. Het maakt eigenlijk niet uit wie er aan de macht is, zegt Ray. Als de olieprijzen hoger worden dan 100 dollar per vat, zoals voor 2014 het geval was, dan zullen de binnenlandse elites en buitenlandse investeerders die ervan profiteren enorm veel druk uitoefenen om dóór te gaan met oliewinning in de regenwouden van Zuid-Amerika. ‘Het zou helaas bijzonder zijn als het niet gebeurde,’ zegt Ray.

En weer heeft ze het niet alleen over olie: ‘Je zou hetzelfde kunnen zeggen van soja in Brazilië.’

Serra Pelada, een met de hand gegraven goudmijn in Brazilië, was een van de grootste mijnen ter wereld. Inmiddels is hij verlaten en staat hij onder water. Foto: Robert Nickelsberg / Getty

Serra Pelada, een met de hand gegraven goudmijn in Brazilië, was een van de grootste mijnen ter wereld. Inmiddels is hij verlaten en staat hij onder water. Foto: Robert Nickelsberg / Getty

Lagere grondstofprijzen verlichten de druk op olie- en mijnbouwprojecten in afgelegen en kwetsbare ecosystemen, maar ze verhogen de druk op de begrotingen van de Zuid-Amerikaanse landen, die méér uit de grond moeten halen om hetzelfde te verdienen. Het is een catch 22.

‘Wie bedient de roltrap?’ vraag ik Ray.

‘Niemand en iedereen,’ zegt ze. ‘Dat is het probleem.’

Tragisch genoeg komt er voor de landen in Zuid-Amerika nog een probleem bij: ze moeten het doen zonder de mogelijkheden die China en andere landen in Azië hadden om zich te ontwikkelen. Door de regels van de wereldhandelsorganisatie en internationale handelsverdragen, mogen landen hun economieën niet meer afschermen van de wereldmarkt om lokale producenten voor te trekken. Dat is een enorme beperking voor landen die nog moeten ‘beginnen’ en het is de reden dat Ray eigenlijk geen alternatieven ziet voor landen als Ecuador dan het pad dat ze nu hebben gekozen: het winnen van olie en het ‘socialiseren’ van de opbrengsten. Omhoog lopen op een roltrap die naar beneden gaat.

‘Het is ongelofelijk deprimerend om mezelf dat te horen zeggen. Net heb ik je verteld dat olie op de lange termijn nooit tot duurzame ontwikkeling zal leiden. En nu zeg ik dat ik geen alternatief zie.’

Als een land als Ecuador inderdaad niet anders kan, en als de wereld niet heel snel overschakelt op meer duurzame energie en een volhoudbaar consumptieniveau, dan is het wachten op nieuwe oliewinning in de Amazone, meer CO2 in de atmosfeer, meer schade aan kwetsbare ecosystemen en de mensen en dieren die daarin leven.

Ik realiseerde me na het gesprek met Ray opnieuw dat de landen die rijk genoeg zijn om te investeren in duurzaamheid, zoveel méér verantwoordelijkheid hebben dan ontwikkelingslanden om dat ook te doen. Niet een beetje, maar En om vervolgens de opgedane kennis en technologie

Dat is ook gewoon in ons eigen belang, want het klimaat kan de fouten van het verleden niet nogmaals verdragen. En het is misschien wel de enige manier om de roltrap de andere kant op te laten rollen.

Wil je dit onderwerp volgen? Als correspondent Klimaat & Energie onderzoek ik de oorzaken van de klimaatcrisis en onze toekomst op een steeds warmere aarde. Blijf op de hoogte via mijn wekelijkse mail

Lees meer:

Hier haalt China al een kwart eeuw zijn ijzer (en dit zijn daarvan de gevolgen) Infrastructuur en mijnbouw zijn dé factoren waarop de Peruaanse economie draait. Reden voor de overheid en de Chinezen om flink te investeren. De mijnwerkers zien daar weinig van terug. Het is een verhaal over een veranderende regio, die ik in kaart breng door de nieuwe Interoceanic Highway af te reizen. Lees het verhaal van Bart hier terug

Dit is de vloek van olie: als je er eenmaal afhankelijk van bent, dan blijf je dat Waarom heeft Latijns-Amerika nauwelijks een industrie opgebouwd, terwijl Europa, Amerika en Azië dat wél deden? Dat is geen toeval, maar een wetmatigheid. En die heeft alles te maken met de vloek van olie in de bodem. Ecuador laat zien hoe die een land in zijn greep krijgt. Lees het verhaal van Jelmer hier terug

Hierdoor werd ik in één klap vegetariër (en jij misschien ook) Gisteren overleden 20.000 varkens bij een brand in een stal in het Gelderse dorpje Erichem. Zelf ben ik, mede om dit soort dierenleed, nu een paar maanden gestopt met het eten van vlees. Waarom was ik daarvoor zo lang blind voor iets wat veel twaalfjarige meisjes intuïtief begrijpen? Lees het verhaal van Rutger hier terug