Een kinderboek met hoofdpersonen van kleur zou geen uitzondering moeten zijn
Brian Elstak maakte een kinderboek met hoofdpersonen van kleur. Hij hoopt dat het net zo normaal wordt als Pluk van de Petteflet. ‘Je merkt dat kids rolmodellen krijgen die op ze lijken, waardoor hun zelfbeeld beter wordt.’
Jean-Michel Basquiat is de vijfde Ninja Turtle. Zijn werk leeft voort in alles wat hiphop is: een mix van beeld en poëzie, historische informatie in hedendaagse context, maatschappijkritiek, cartoonverwijzingen, vechtlust, kinderlijk plezier.
Wie Basquiat tot vijfde Ninja Turtle maakte? Brian Elstak, beeldend kunstenaar en auteur van het net verschenen kinderboek Tori.
Bekijk hier ook een voorpublicatie van Tori. De tori van Tori
In dat boek, dat hij schreef met Karin Amatmoekrim, speelt een reuzenschildpad de hoofdrol: Jean-Michel de toriman, Surinaams voor ‘verhalenverteller.’ Drie mensenkinderen, die Jean-Michel vond in verlaten eieren en opvoedde als zijn eigen kroost, nemen het op tegen pesten, ongelijkheid en vooroordelen in een episch avontuur.
Het werk van Elstak vergelijken met dat van Basquiat noemt hij zelf te veel eer, maar de inspiratie en overlap in thematiek zijn onmiskenbaar: verhalen die bol staan van de historische en popculturele verwijzingen, ingezet om de onderliggende moraal over te brengen.
Dat geweld verkeerd is bijvoorbeeld, maar dat je jezelf mag verdedigen wanneer je aangevallen wordt. Dat je niemand kunt beoordelen op uiterlijk alleen, dat roddels giftig kunnen worden als je ze niet meteen de kop indrukt.
Het zijn de lessen die Elstak zijn eigen kinderen wilde meegeven, waarna hij ze begon te verpakken in verhalen die hij ze voor het slapengaan vertelde. Hij begon ze op te schrijven, te illustreren, te animeren en debuteerde er deze week mee als kinderboekenschrijver.
Een kinderboek als statement
Tori is een van de weinige Nederlandse kinderboeken met niet-witte hoofdpersonages. Elstak: ‘Het ding is: een inclusief kinderboek zou voor zichzelf moeten spreken, maar zover zijn we nog niet.’
In 2010 bedacht hij met twee vriendinnen een kinderboek over Sinterklaas, Beste meneer Sint. Elstak: ‘Dat ging over een klein jongetje dat met z’n vader in de tram zit. Er is een wit meisje dat naar die vader wijst en zegt: ‘Mama, mama, zwarte piet!’ Dus dat jongetje gaat verward naar huis en vraagt aan zijn oma waarom dat witte meisje zo reageerde. Dan legt oma dat uit, op z’n oma’s, en die jongen beseft: dit is fucked up.’
In 2014 volgde Lowrey, qua beeld, personages en thematiek, de voorloper van Tori. Het is een animatiefilm van 27 minuten, ingesproken door de top van de Nederlandse rapscene, waaronder Akwasi, Sef en Winne.
Toen hij dat project exposeerde, besefte hij: ‘Dit is veel groter dan mijn gezin. Er is echt behoefte aan dit soort verhalen, met niet-witte hoofdpersonages.’ Hij werd aangesproken door talloze ouders die eindelijk hun kinderen gerepresenteerd zagen.
Het belang van rolmodellen
Bij het verkopen van zijn idee voor Tori liep hij tegen muren aan. ‘Uitgevers zeiden: ‘Hier kunnen we niks mee, je tekenstijl past niet bij wat we normaal doen.’ Dat vind ik een magere reden. Ik voel een stugheid tegenover nieuwe stemmen en het belang daarvan. Ik bevind me als artiest in de theaterwereld, de boekenwereld, de muziekscene, de filmscene. Uitzonderingen daargelaten, zie je in al die werelden wel gatekeepers die rebels en vooruitstrevend waren in hun gloriedagen, maar daarin steeds hetzelfde zijn blijven doen.’
Tori is uiteindelijk uitgegeven door Das Mag. Elstak: ‘Bij Das Mag zijn ze jong en snapten ze wat ik deed. Op hun iPod staat hetzelfde als op de mijne, de popcultuur en hiphopcultuur verbinden ons.’
Daarmee komen we te praten over zijn favoriete onderwerp. Elstak steekt zijn hand in de lucht, laat zijn vingers slap hangen en wiebelt ze op en neer. ‘Als ik zeg dat ik geïnspireerd word door hiphop, komt bij veel mensen nog steeds het ‘yo-yo-handje’ tevoorschijn. Ik zeg: dood aan het yo-yo-handje.’
Ik zeg: dood aan het yo-yo-handje
‘Want hedendaagse popcultuur ís hiphop. Kijk wat ze bij Marvel Comics doen: er is sinds kort ook een zwarte Spiderman. Je hebt nu Miles Morales - die is half Puertoricaans, half Afro-Amerikaans. Kids imiteren hem. Daaraan merk je, aan die gretigheid, hoe hard het nodig is. Je merkt dat kids rolmodellen krijgen die op hen lijken, waardoor hun zelfbeeld beter wordt. Het is zoals met die beroemde foto van Barack Obama en dat jochie dat toch even Baracks haar wil aanraken om te checken: ‘Is dit echt zoals dat van mij?’
Tori dus. Het boek ziet eruit zoals Elstaks hoofd lijkt te werken: een mix van verschillende stijlen, uit verschillende tijden, maar met een duidelijke signatuur: hiphop. Hij heeft het manuscript voor de tweede Tori al rond. Dat mixt onder andere elementen van de Black Panther-beweging en het feminisme; een groep jonge vrouwen die als beschermers van hun gemeenschap fungeren speelt een belangrijke rol.
Elstak: ‘De mooiste tegenstelling is dat het boek gepromoot wordt als divers, als apart, maar dat ik er uiteindelijk juist naar streef dat dit net zo normaal wordt als een Puk van de Petteflet, of een ander kinderboek met witte hoofdpersonages. Ik wil geen voorkeursbehandeling, ik wil geen speciale aandacht, ik wil slechts de mogelijkheid krijgen om ook iets te vertellen. Het is alsof je weet dat je kunt basketballen maar tijdens de wedstrijd toch op die bank moet blijven zitten. Je gaat onbewust toch met je arm de lucht in, roepend: ‘Put me in coach, put me in!’