Kijk eens naar deze kaart van de wereld. De van het Martin Prosperity Institute.

 

 

De verhoudingen in de wereld worden duidelijk aan de hand van deze . Voor innovatie en technische vooruitgang moeten we in West-Europa en de Verenigde Staten zijn. Op de voet gevolgd door Japan en wat andere Aziatische landen. Het bevestigt ons beeld van hoe de wereld in elkaar zit: wij lopen voorop, de rest

Maar kijk nu eens naar deze kaart. Een wat onhandig in elkaar geflanst overzicht van de deelnemers aan de Global Innovation Gathering 2013 in Berlijn. Stuk voor stuk vertegenwoordigers van zogenoemde innovatiehubs - centra waar wizkids en investeerders samenkomen.

   

Vergelijk de kaarten met elkaar. En zie daar: de ‘oplichtende’gebieden zijn bijna exact tegenovergesteld.

Dat is nogal gek. Want wat is dan de werkelijkheid? Kennelijk hebben de instanties waar wij op vertrouwen een blinde vlek voor de overvloed aan innovatieve tech-activiteiten in ontwikkelingslanden, met name in Afrika. Hoe kan dat?

Het antwoord is simpel: door de manier waarop innovatie gemeten wordt. Dat gebeurt namelijk door bijvoorbeeld te kijken naar het aantal patenten dat wordt aangevraagd. Maar ja, probeer maar eens iets te patenteren in Gambia. Of door de hoeveelheid wetenschappelijke publicaties te tellen. Maar ja, Zimbabwe heeft nu eenmaal geen topuniversiteit, dus de publicatiekanonnen vertrekken naar het buitenland.

In 2017 moet de ICT-sector in Kenia 25 procent van het bruto binnenlands product leveren.

Toch betekent het feit dat innovatie in Afrika slecht meetbaar is, niet dat het continent stil zit of dat er geen opkomende wizkid-cultuur is. Integendeel.

Kenia is Afrika’s technologie-voorloper maar staat op plaats 99 van de 142 in the Global Innovation Index. Vanuit innovatiehubs, zoals in de hoofdstad Nairobi, zorgen espresso-drinkende tecchies voor een enorme output aan innovatieve apps en bedrijfjes. En even buiten Nairobi bouwt de regering het hypermoderne zakencentrum . Die stad moet de Afrikaanse tegenhanger van Silicon Valley worden: Silicon Savannah. Bedrijven als IBM en Safaricom hebben er al opties op kantoren genomen. In 2017 moet de ICT-sector in Kenia van het bruto binnenlands product leveren.

Dat is misschien wel heel optimistisch. Er zijn namelijk ook nogal wat problemen voor Afrikaanse tech-innovators. Het gebrek aan investeringen voor start-ups bijvoorbeeld. En het gebrek aan goede werkplaatsen en materialen om prototypes te maken van fysieke producten.

Maar toch, de technologiesector in Afrika groeit. En is op het officiële wereldpodium vooralsnog onzichtbaar. En zo groeien ons beeld van Afrika en de realiteit steeds verder uit elkaar. Hoe langer dat doorgaat, hoe meer we straks gaan schrikken als de rollen zich omdraaien. Deze maand zijn in Leiden de eerste Nederlandse pilots begonnen met mobiel bankieren in winkels. Die technologie komt uit Kenia, waar inmiddels al 31 procent van het bruto binnenlands product via mobiele telefoons gaat. Het is een van de eerste voorbeelden van omgekeerde kennisoverdracht. En dus van veranderende machtsverhoudingen.

Voor het Westen geldt nu de wet van de remmende voorsprong. En voor Afrika? De directeur van iHub in Nairobi, Jimmy Gitonga, tegen Afrika-correspondent Koert Lindijer: ‘Afrika slaat de industriële revolutie over. We springen rechtstreeks in het digitale tijdperk.’

Die sprong is wat onderzoek waard. Wat gebeurt er nu allemaal voor innovatiefs in Afrika, en in Kenia in het bijzonder? Wat zijn de obstakels? En hoe gaat de toekomst er, ook voor ons, uitzien als Silicon Savannah blijft groeien? Op die vragen hoop ik binnenkort antwoord te geven.