Ze moesten ‘slanker en slimmer gaan werken’, bij de Kamer van Koophandel. Het was de enige voorwaarde waarop het handelsregister in 2010 van CDA-Tweede Kamerlid mocht openblijven.

Verburg vertolkte daarmee een van de meer gematigder standpunten in het parlement. Als het aan de toenmalige van de VVD, D66 en GroenLinks had gelegen, had het eeuwenoude instituut de deuren destijds al gesloten.

Directe aanleiding waren klachten van ondernemers. Alle Nederlandse bedrijven zijn wettelijk verplicht zich te registreren in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Zzp’ers droegen daarvoor jaarlijks verplicht vijf tientjes af, terwijl nut en noodzaak van het handelsregister voor de meeste van hen volstrekt onduidelijk was.

De goedkope oplossing van de Tweede Kamer

Onze volksvertegenwoordigers buitelden in 2010 over elkaar heen om te onderstrepen hoe oneens ze het waren met de ‘hoge kosten’ van het handelsregister. De Tweede Kamer wilde best meedenken met de ondernemers, vooral als het de schatkist niets hoefde te kosten.

Lang verhaal kort: in februari 2011 kondigde minister Maxime Verhagen (CDA) van Economische Zaken een grootscheepse reorganisatie aan bij de Kamer van Koophandel.

Het parlement verzuimde dieper door te denken over de praktische implicaties van zijn maatregelen

De twaalf zelfstandige regionale Kamers van Koophandel werden gefuseerd tot één centraal gestuurde organisatie. De verplichte jaarlijkse afdracht voor ondernemers verdween, ondernemers betalen alleen nog bij de oprichting voor hun bedrijf. Dankzij de ingreep regelde de Kamer een kostenbesparing voor ondernemers zonder dat het de overheid veel kostte.

Voor de bühne was het een puik staaltje politiek. De Kamer van Koophandel kon blijven, zonder dat de door ondernemers gewenste lastenverlichting de schatkist geld hoefde te kosten.

Maar het parlement verzuimde dieper door te denken over de praktische implicaties van zijn maatregelen. Waarmee het de Kamer van Koophandel een goeie aanleiding gaf om dan maar in data van ondernemers te gaan handelen.

En hierin is de Kamer van Koophandel verre van uniek.

Waar dit aan doet denken

Ik had deze column tenslotte net zo goed kunnen inzoomen op de commerciële bemiddelaars die al jarenlang vaak zelfs volkomen legaal een deel van de persoonsgebonden budgetten van kwetsbare patiënten in hun zak steken.

Of op dat voor een derde van zijn budget afhankelijk blijkt van de verkoop van tips aan gemeentes, energiebedrijven, de Belastingdienst en verzekeraars.

Op staatsbedrijf NS, dat de door de politiek gevraagde winsten jarenlang wist op te poetsen met een schimmige Ierse belastingconstructie. (Leuk detail: de belastingvlucht van de NS kwam aan het licht dankzij het handelsregister van de Kamer van Koophandel in Dublin, waar de brievenbusfirma van NS verplicht haar jaarrekeningen deponeerde.)

En natuurlijk op de Publieke Omroep (NPO), die al meerdere keren in kwam vanwege de wijze waarop de websites van de NPO voor adverteerders data verzamelen over hun kijkers en luisteraars. De NPO moet jaarlijks 200 miljoen euro aan advertentie-inkomsten ophalen om de begroting rond te breien.

Maar deze column gaat dus over de Kamer van Koophandel.

Hoe de Kamer van Koophandel aan z’n middelen komt

Ik schreef mij in 2009 voor het eerst in als freelancer bij de Kamer van Koophandel. Uit persoonlijke ervaring durf ik wel te zeggen dat de jaarlijkse vijftig euro, hoewel irritant, zeker niet mijn grootste ergernis waren.

Dat waren namelijk alle adverteerders die mij vanaf de dag van inschrijving begonnen te bestoken met allerhande voor kantoorartikelen, boekhoudpakketten en pennen met daarop je bedrijfsnaam en je privé-adres ingegraveerd.

Als de KvK minder geld kon ophalen bij ondernemers, en de overheid niet zou bijspringen. Hoe moest ze dan aan voldoende extra middelen komen?

Adverteerders waren altijd al gek op lijstjes met namen, adressen en telefoonnummers van kleine en middelgrote bedrijven om die te bestoken. De Kamer van Koophandel wil die lijstjes wel aanleveren. Naar eigen zeggen verkoopt ze databestanden al honderd jaar aan adverteerders. Het instituut is tenslotte voor 40 tot 50 procent van het budget afhankelijk van ‘eigen inkomsten’.

De vraag die de Tweede Kamer zich in 2010 dus had moeten stellen was: als de Kamer van Koophandel minder geld kon ophalen bij ondernemers, en de overheid niet zou bijspringen. Hoe moest het handelsregister dan aan voldoende extra middelen komen?

Facebook klopt aan

De irritatie van de ondernemers over de jaarlijkse kosten van de Kamer van Koophandel was niet de enige maatschappelijke trend van 2010. Het was eveneens het jaar waarin Facebook zijn Nederlandse gebruiker verwelkomde.

En Facebook is een adverteerder on steroids.

Waar de traditionele adverteerder niet veel meer uit het handelsregister weet te halen dan wat er staat, combineren de slimme datajongens en -meisjes van Mark Zuckerberg de informatie uit het register met alle andere gegevens die ze al over ons hebben verzameld.

Bovendien hoeven adverteerders als Facebook de gegevens uit het handelsregister niet apart per bedrijf aan te klikken, zoals wij simpele burgers. Zij kopen volledige datasets van de Kamer van Koophandel, die ze makkelijk kunnen integreren met alle informatie die ze al van ons hebben.

Dus waar ik Facebook ooit te slim af dacht te zijn door mijn adresgegevens niet met ze te delen, haalden Zuckerberg & co. lachend hun schouders op. Ze hadden mijn adres allang gekocht van de Kamer van Koophandel, zo bleek vorige week uit uitstekend werk

Is dat niet gek?

Ja, vindt nu ook de Autoriteit Persoonsgegevens. De privacywaakhond heeft nu inmiddels formeel bezwaar aangetekend tegen de gang van zaken. De Tweede Kamer zal de kwestie binnenkort adresseren in het reeds geplande debat over Facebook en privacy.

Net als in 2010 buitelen onze volksvertegenwoordigers over elkaar heen om hun afschuw uit te spreken over de lucratieve data-handel van de Kamer van Koophandel. Onder hen de Tweede Kamerfracties van de VVD, D66, GroenLinks en het CDA. Zo VVD-Kamerlid Martin Wörsdörfer zich bij de NOS af of dit ‘zomaar mag en kan’.

Het probleem is: ja, het mag

Dit is wat je krijgt wanneer je publieke organisaties dwingt om hun geld (deels) in de markt te verdienen. Zolang de overheid te krenterig is om een anoniem misdaadmeldpunt afdoende te financieren, dan kunnen ze niet anders dan te handelen in de enige waar die ze hebben: tips over misdaad.

Evengoed dwing je kwetsbare patiënten een deel van hun persoonsgebonden budget af te staan aan commerciële bemiddelaars wanneer je als overheid te beroerd bent om een aantal ambtenaren vrij te maken om deze mensen wegwijs te maken in de bureaucratie.

Anders dan consumenten in de vrije markt kunnen wij als individuele burgers bij publieke diensten niet met onze voeten stemmen. Veel kwetsbare patiënten zijn nu eenmaal afhankelijk van hun persoonsgebonden budgetten. Evengoed is geen goedwillende burger uit vrije wil getuige van een misdaad.

Zolang ik als zzp’er wettelijk verplicht ben mij te registreren, hoop ik dat de Tweede Kamer een einde maakt aan de datahandel door de Kamer van Koophandel. Het is niet aan publieke diensten om mijn privacy-gevoelige informatie door te geven aan derden.

Bovendien is het niet een belang van zzp’ers dat er een handelsregister wordt bijgehouden. Zolang de Tweede Kamer vindt dat de registratie van bedrijven en zzp’ers een publiek belang is, laat de overheid dat dan ook betalen.

Meer lezen?

Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u Waarom kijkt de dokter meer naar de computer dan naar jou? Waarom is de kinderopvang zo duur? Waarom is je post weer niet aangekomen? En waarom ligt bij de eerste sneeuwbui het hele spoor plat? Het antwoord: mislukte marktwerking. Dat ontdekte Sander Heijne (1982) na zeven jaar journalistiek onderzoek voor de Volkskrant en De Correspondent. Waarom politici er dan toch in blijven geloven? Dat kun je lezen in het nieuwe boek Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u - Dertig jaar marktwerking in Nederland. Bestel het boek hier We hebben een groot probleem met Facebook. En dat gaat verder dan privacy De commotie over het Cambridge Analytica-schandaal bij Facebook staat voor méér dan een privacyprobleem. De democratie staat op het spel, waarschuwt hoogleraar José van Dijck. Lees het verhaal van Maurits en Riffy hier terug