Weten economen eigenlijk wel genoeg van economie?

De vraag wordt mij vaak gesteld door lezers en bezoekers van mijn lezingen over de zin en onzin van marktwerking in de publieke sector.

Ik heb dit altijd de moeilijkste vraag gevonden. Tenslotte ben ik opgeleid als historicus. Tot voor kort had ik eigenlijk geen idee wat economen precies weten van onze economie.

De vraag is evengoed intrigerend.

Door een speling van het lot schrijf ik sinds 2010 over economie. Of om preciezer te zijn; over marktwerking bij publieke diensten als de zorg, de post, het spoor of de kinderopvang. Hoe meer artsen, postbodes, machinisten en crècheleidsters ik sprak, des te vaker ik mijzelf ook varianten op die ene vraag stelde.

Want als mij één ding is opgevallen de afgelopen jaren, is het dat onze publieke diensten totaal anders reageren op de introductie van marktwerking dan je op basis van de economische voorspellingen mag verwachten.

Economische theorie versus realiteit

Loop een willekeurig ziekenhuis binnen en vraag het personeel of de bureaucratie de afgelopen tien jaar is af- of toegenomen, en je hebt je antwoord. Artsen en verpleegkundigen besteden inmiddels

Het uitdijen van de bureaucratie in de zorg staat haaks op de voorspelde efficiencyslag die marktwerking in de zorg teweeg moest brengen. Naar nu blijkt heeft de markt de zorg vooral bureaucratischer en duurder gemaakt.

De zorg is hierin niet uniek. Sinds de jaren tachtig hebben we in Nederland De belofte was steevast dezelfde: de markt zou zelfs de meest ingedutte overheidsinstanties omvormen tot flitsende ondernemingen. Vaak gebeurde het tegenovergestelde.

Opmerkelijk, want het idee dat marktwerking de publieke sector beter en efficiënter maakt, is onder de economen breed gedragen.

Uit economisch onderzoek blijkt...

Dus, weten die economen eigenlijk wel genoeg van onze economie?

‘Nee’, is het ontnuchterende antwoord dat nu geven in hun studie Het viertal analyseerde de inhoud van alle 325 vakken die worden gegeven aan negen Nederlandse bacheloropleidingen economie.

Hun belangrijkste conclusie?

Economen proberen hun vak ten onrechte te veranderen in een exacte wetenschap, die zich laat vatten in wetmatigheden

Economen proberen hun vak ten onrechte te veranderen in een exacte wetenschap, die zich laat vatten in wiskundige en statistische wetmatigheden.

Zo leunt het Nederlandse economieonderwijs volgens de onderzoekers veel te zwaar op theoretische aannames en getallen. Waar economische rekenmodellen ooit zijn uitgevonden als handige hulpmiddelen om de werkelijkheid te benaderen, leren onze economen in opleiding vrijwel geen vaardigheden meer om de uitkomsten van hun modellen in praktijk te toetsen.

Het is een belangrijke verklaring voor de bureaucratisering van de zorg. Terwijl zorgeconomen op de ministeries en bij zorgverzekeraars op basis van hun theoretische modellen positieve trends waarnemen in de zorg, wordt het zorgpersoneel bedolven onder zulke bergen papierwerk dat ze nauwelijks meer aan hun patiënten toekomen.

Maar zolang economen niet leren praten met de mannen en vrouwen op de werkvloer, zullen ze hun denkfouten zelf nooit ontdekken.

Bovendien leren studenten te weinig over de verschillende stromingen binnen de economie. 86 procent van de vakken aan Nederlandse economieopleidingen is gestoeld op de zogeheten ‘neoklassieke benadering’. Deze stelt dat wij allemaal rationele, nut-optimaliserende individuen zijn.

Simpel gezegd: we zouden wezens zijn zonder onderbuik, zonder zwaarwegende principes, zonder mededogen, nijd, afgunst en bovenal zonder politieke voorkeuren die ons economisch handelen beïnvloeden.

Kortom, we leiden onze economen in Nederland dus nog altijd op volgens een dat zijn ongelijk in de geschiedenis al oneindig vaak heeft bewezen.

Wat gaan we hieraan doen?

De schrijvers van het rapport stellen terecht dat het in het belang van ons allemaal is dat we het economieonderwijs in Nederland gaan herzien en structureel verbeteren. De economie speelt een sleutelrol in vrijwel alle grote problemen van onze tijd, van het tegengaan van klimaatverandering tot migratie, van de vergrijzing tot de groeiende ongelijkheid.

De oplossingen voor deze problemen moeten goeddeels komen van ministeries, kennisinstituten en bedrijven. Binnen die instellingen bemoeien economen zich in grote mate met het beleid. En zelfs de journalistieke en politieke controle op dit beleid is grotendeels het werk van economen.

Gezien de enorme invloed van economen op ons dagelijks leven, lijkt het mij cruciaal om onze economen nu eindelijk eens voldoende kennis bij te brengen over hoe onze economie nu echt werkt. We laten ons toch ook niet opereren door chirurgen die louter een theoretische opleiding over het menselijk lichaam hebben genoten?

Lees meer in mijn boek:

Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u Waarom kijkt de dokter meer naar de computer dan naar jou? Waarom is de kinderopvang zo duur? Waarom is je post weer niet aangekomen? En waarom ligt bij de eerste sneeuwbui het hele spoor plat? Het antwoord: mislukte marktwerking. Dat ontdekte Sander Heijne (1982) na zeven jaar journalistiek onderzoek voor de Volkskrant en De Correspondent. Waarom politici er dan toch in blijven geloven? Dat kun je lezen in het nieuwe boek Er zijn nog 17 miljoen wachtenden voor u - Dertig jaar marktwerking in Nederland. Bestel het boek hier