De agent kroop door het ondiepe water, zijn handen zochten over de modderige bodem. Hij vond een sportschoen waar de veters uit waren gehaald, gaf die zwijgend aan zijn collega op de kant en zocht door.

Het stuk moeras waar de agent doorheen kroop, Robin Hood Hills gedoopt door kinderen uit de buurt, begint waar de laatste straat van de arbeidersstad West Memphis in Arkansas eindigt. Het is een aangelegde strook natuur, bedoeld om de viezigheid van de twee snelwegen die het dorp omsluiten te neutraliseren.

West Memphis bestaat hoofdzakelijk uit woonwagenkampen en buitenwijken voor mensen met lage inkomens. Er is een fastfoodrestaurant, Bojangles, er is een carwash voor voorbijtrekkende truckers en er zijn kerken. Veel kerken.

Drie jongens uit de buurt, Christopher Byers, Michael Moore en Stevie Branch, allemaal acht jaar oud, waren op 5 mei 1993 gaan fietsen na school. Ze waren rechtstreeks naar de Robin Hood Hills gereden, de onweerstaanbare plek waar ze van hun ouders niet mochten spelen omdat het er zou spoken.

Ongeveer 24 uur later vond de kruipende agent wat hij niet vinden wilde. Speurend over de bodem had hij het eerste lichaam gevoeld, de twee andere volgden snel.

De jongens waren niet boven komen drijven omdat hun lichamen aan stokken op de bodem van de plas waren geknoopt. Hun eigen veters waren gebruikt om de jongens te knevelen − hun naakte lijfjes waren achterover gebogen, hun handen en voeten aan elkaar gebonden. Hun schedels waren ingeslagen, ze waren seksueel misbruikt. Een van de jongens was gecastreerd.

Hoe vooroordelen verdacht maken

Krap een jaar later, in het voorjaar van 1994, zaten er drie jongens vast voor de moorden: Damien Echols, Jason Baldwin en Jessie Misskelley. Jason en Jessie werden veroordeeld tot levenslang en Damien, de zogenaamde aanvoerder van de groep, zou de doodstraf krijgen. Ze waren tussen de zestien en achttien jaar oud.

Fysiek bewijs tegen die jongens was er namelijk niet. Ooggetuigen waren er evenmin. Een motief? Ook niet

Lokale journalist en begenadigd schrijver Mara Leveritt volgde de rechtszaken op de voet, maar haar missie begon pas echt toen de drie pubers werden veroordeeld. Jarenlang schreef ze over de zaak, alle betrokkenen en de rol die vooroordelen speelden in het geheel. Het resultaat is haar waanzinnige boek Devil’s Knot uit 2002 − de titel doelt zowel op de knopen in de veters als de manier waarop drie vermoedelijk onschuldige pubers verstrikt raakten in een oneerlijk proces.

De zaak die in het boek wordt beschreven is een van de helderste uiteenzettingen van de werking van vooroordelen die ik ooit las. Leveritt ontleedt een van giftigste cocktails denkbaar wanneer het gaat over vooringenomenheid: een diepe overtuiging van het eigen gelijk, onwetendheid over ‘de ander’, bang zijn voor het onbekende en de drang iets van jezelf te behouden of verdedigen vanuit angst.

Die combinatie van factoren zie je natuurlijk niet alleen in deze bizarre zaak. Aan de lopende band worden, op grote en kleine schaal, mensen weggezet als vreemd, eng of gevaarlijk, puur omdat ze zich niet conformeren. Devil’s knot laat zien wat zo’n manier van denken in een extreem geval kan betekenen: het verlies van niet drie, maar zes levens van jonge jongens.

Fysiek bewijs tegen de verdachten was er namelijk niet. Ooggetuigen waren er evenmin. Een motief? Ook niet. Waarom de jury dan toch besloot dat ze schuldig waren? Nou ja, ze luisterden naar Metallica, lazen Stephen King en droegen graag zwart.

West Memphis ligt midden in de Amerikaanse biblebelt. Op het moment dat de drie jongetjes verdwenen, deden er al verhalen de rondte over satanische cults die kinderen misbruikten en offerden. Ook hier: nul bewijs voor. Maar de verhalen waren hardnekkig en de strenggelovige conservatieven van West Memphis doodsbang.

De lokale politiechef, die op het moment van de moorden zelf werd onderzocht vanwege corruptie en wel een overwinning kon gebruiken, wist vanaf dag één zeker: dit was het werk van de duivel. Nadat hij een maand aanwijzingen onderzocht maar geen steek verder kwam, kondigde hij aan dat er nu werd gezocht naar ‘a gang or a cult’.

Beeld: Polaris / Hollandse Hoogte

Beeld: Polaris / Hollandse Hoogte

Hoe vooroordelen sturen

Die ‘satanic panic’, zoals Leveritt hem noemt in haar boek, gierde door het lijf van alle betrokkenen. Aan de aanklagende kant leek iedereen overtuigd. De ouders van de jongens die met een houten kruis in hun hand geïnterviewd werden en zwoeren wraak te nemen. De politiechef, die mensen die geïnteresseerd waren in heavy metal ‘weirdo’s’ noemde omdat hij het de muziek van de duivel vond.

De rechter die de zaak voorzat was ook stellig over het satanistische element in de zaak. Toen de aanklagers een ‘expert in het occulte’ lieten opdraven vond de rechter dat prima. Die man, zo ontdekte de verdediging, was niet bijzonder onderlegd. Zijn diploma in ‘het occulte’ had hij gekocht via een mailorderbedrijf. Maakte niet uit, vond de rechter. ‘Je hebt geen universitaire graad nodig om expert te zijn in zulke dingen.’

Maar de voornaamste paniekzaaier was een lokale reclasseringsambtenaar die naar eigen zeggen al lang geloofde dat er duivelse activiteit was in de omgeving; hij wachtte slechts op het moment dat die West Memphis zou treffen. Hij was degene die de drie pubers aandroeg bij de politie. Ze waren bij hem terechtgekomen nadat ze kleine overtredingen hadden begaan, maar het leek hem meteen duidelijk dat zij iets met de moorden vandoen hadden vanwege ‘the black clothes, the stringy hair, the long, sharpened fingernails’.

Hoe vooroordelen veroordelen

Zichzelf verdedigen konden de jongens niet: ze kwamen alle drie uit een zwak sociaal-economisch milieu, white trash volgens sommigen, zonder het geld of inzicht om zichzelf te redden. Damien en Jason waren opstandige pubers die in de strenggelovige gemeenschap opvielen vanwege hun uiterlijk en hobby’s. Damien had de naam van zijn vriendinnetje in zijn arm gekrast met een passer, Jason las graag obscure horrorboeken.

De jongens waren opstandige pubers die in het strenggelovige dorp opvielen vanwege hun uiterlijk en hobby’s

De derde, Jessie Misskelley, kende de andere twee nauwelijks. Toch werd zijn ‘verklaring’ uiteindelijk de hoeksteen van de zaak. Jessie is geestelijk beperkt en had toentertijd het denkniveau van een vijfjarige. Hij werd opgehaald door de politie, die zijn vader 35.000 dollar beloofde als hij zijn zoon liet meewerken. Ze verhoorden Jessie veertien uur lang, zonder advocaat erbij, legden hem ondanks zijn aanvankelijke ontkenning in de mond wat er gebeurd zou zijn en gebruikten die valse bekentenis om hun zaak te staven.

Delen van dat verhoor, waarin Misskelly schuld leek te bekennen en de andere jongens beschuldigde, werden gelekt naar de pers. De zaak tegen hem duurde slechts zeven dagen, de zaken van de andere jongens waren in elf dagen beslist.

Een jeugdfoto van Damien Echols. Foto: Uncommon Journal

Een jeugdfoto van Damien Echols. Foto: Uncommon Journal

Hoe vooroordelen de aandacht afleiden

Paniek verblindt en vooroordelen leiden af. En zo zijn de fysieke bewijzen die er wél waren in de zaak nooit onderzocht.

De eerste was een man die, modderig tot aan zijn knieën en hevig bebloed, fastfoodrestaurant Bojangles was ingerend op de avond van de moorden. Hij had zich een tijd schuilgehouden op het toilet en was toen vertrokken, de agent die werd opgeroepen om de situatie te checken nam de moeite niet om binnen te gaan kijken. De bebloede tissues en bril die later werden gevonden, zijn nooit onderzocht. Ook naar de man is nooit meer uitgekeken.

Later, toen mede door het werk van Leveritt opnieuw aandacht kwam voor de zaak, dreef er bewijs boven dat wees in de richting van de stiefvaders van de vermoorde jongens. De stiefvader van Christopher had een gewelddadig verleden en werd al verdacht van de moord op zijn ex-vrouw. Maar hij was ook dik met de lokale politie: hij hielp ze wapens te verduisteren die tijdens invallen waren gevonden, het korps kwam regelmatig bij hem thuis barbecuen.

Van de stiefvader van Stevie werd haar gevonden in de veterknoop rond de polsen van de jongens. Ook was hij in het bezit van een zakmes dat Stevie gehad moet hebben op het moment van de moorden. Toch leidde ook dat niet tot een nieuwe vervolging.

Een wrang happy end voor de West Memphis Three

Naast Leveritt waren er nog meer mensen die zich het lot van de veroordeelde jongens, intussen bekend als de ‘West Memphis Three’, aantrokken. Twee filmmakers volgden de zaak en maakten er een documentaire over, die werd uitgezonden door HBO. Na die uitzending begon er steun te komen vanuit het hele land, waaronder van beroemdheden als Johnny Depp, Eddie Vedder van Pearl Jam en regisseur Peter Jackson.

Mede dankzij het boek van Leveritt, dat uitkwam in 2002, en de steun van de beroemdheden − die huurden onder meer onderzoekers en advocaten in − werden de drie jongens, inmiddels veertigplussers, vrijgelaten in 2011.

Mede dankzij het boek van Leveritt werden de drie jongens, inmiddels veertigplussers, vrijgelaten in 2011

Nieuwe DNA-technieken bewezen intussen dat ze er niks mee te maken konden hebben. Maar vrijgesproken werden ze niet; de jongens kregen een deal aangeboden die inhield dat ze zouden vrijkomen wanneer ze schuld bekenden tegenover de nabestaanden, terwijl ze hun persoonlijke onschuld behielden. Zo’n deal is tegenstrijdig, maar zorgt ervoor dat de politie en de staat geen excuses hoeven aan te bieden of de mannen hoeven te vergoeden.

Devil’s Knot is niet alleen een retespannend boek, het beschrijft een zaak die laat zien dat de werking van vooroordelen allesoverheersend kan zijn. Als het vooroordeel maar vaak genoeg herhaald wordt. En de mensen maar bang genoeg zijn.

Damien Echols, die vanwege zijn liefde voor zwarte nagellak en tattoos tot drie keer toe een executiedatum kreeg, tien jaar lang in de isoleercel doorbracht maar nu eindelijk vrij is, vat het als volgt samen: ‘Ik denk dat mannen als Johnny Depp en Eddie Vedder ons hebben geholpen omdat ze dachten: die metaljongetjes lijken op ons. En als wij niet toevallig beroemd waren, hadden we ook het doelwit kunnen worden van zulke onwetendheid.’

Lees ook:

Hoe de vrijspraak van een moordenaar alsnog voor gerechtigheid kan zorgen O.J. Simpson werd in een van de bekendste moordzaken uit de geschiedenis vrijgesproken, ondanks overweldigend bewijs van zijn schuld. Waarom? Hij is zwart, de slachtoffers waren wit en zijn vrijspraak leek een hoger doel te dienen: rassenongelijkheid aankaarten. Terecht? Het slotstuk van mijn serie over de zaak. Lees het verhaal van Vera hier terug

Het voordeel van vooroordelen (en hoe ze ongelijkheid helpen bestrijden) Het hebben van vooroordelen wordt vaak gezien als iets negatiefs: ze zouden het vermogen om helder te kunnen denken en eerlijk te kunnen oordelen vertroebelen. Maar is dat altijd zo? Ik sprak Harvardprofessor Adam Sandel, die pleit voor een nieuwe rol van het vooroordeel in het publieke debat. Lees het verhaal van Vera hier terug