Beste,

The New York Times publiceerde afgelopen weekend van het hedendaagse werken. ‘Ik zag de slimste geesten van mijn generatie 18-urige werkdagen maken – om er vervolgens over op te scheppen op Instagram’, schrijft Erin Griffith daarin. De vraag is: waarom in vredesnaam?

Griffith schrijft over technologie-start-ups en durfkapitaal. De werkethiek die in Silicon Valley al aan het begin van deze eeuw schaamteloos werd gepromoot, schrijft zij, heeft zich inmiddels uitgebreid naar de rest van het land – en een groot deel van de geïndustrialiseerde wereld.

Die ethiek laat zich samenvatten als: werken, werken, werken. Werknemers houden van hun werk, nemen geen genoegen met een schamele veertig uur per werk, en stellen zelfs hun vrije tijd in dienst van hun productiviteit – voor zover ze aan vrije tijd doen, natuurlijk.

Ambitie als levensstijl

Tekenend vond Griffith de komkommer in de watermachine bij WeWork, een bedrijf dat werkruimte verhuurt in 28 landen. In de schil van die komkommer had iemand de leus ‘don’t stop when you’re tired, stop when you are done’

Ambitie is een doel op zich geworden, schrijft Griffith – een levensstijl, met aanhangers die hun werkverslaving maar wat graag via sociale media in de etalage zetten.

Het enthousiasme waarmee die levensstijl wordt omarmd, heeft volgens Griffith deels te maken met een zingevingsvormig gat dat de secularisatie heeft geslagen, en deels met het feit dat de jongste generatie werknemers is opgegroeid met het idee dat iedereen ‘het beste uit zichzelf’ moet halen. (Die twee ontwikkelingen hebben natuurlijk met elkaar te maken,

Plus: als iedereen om je heen zich de godganse dag en nacht het schompes werkt, dan kun jij natuurlijk niet achterblijven.

Grote bedrijven varen wel bij zo’n instelling van hun werknemers. Maar wat er met die werknemers zelf gebeurt, is meestal minder fraai. Die worden op den duur ingehaald door hun eigen roofbouw, raken uitgeput en opgebrand.

Met andere woorden: burn-out.

Millennials en burn-outs

In mijn mediabubbel is er deze dagen geen ontkomen aan, aan die burn-out. De Volkskrant schreef er journalist en schrijver Casper Thomas refereerde eraan in zijn recente en het geweldige BuzzFeed News-artikel van Anne Helen Peterson, over werd me van meerdere kanten toegezonden. De Correspondent besteedt er ook geregeld aandacht aan,

Geestelijk lijden is niet nieuw, natuurlijk, maar iedere tijd lijdt op zijn eigen manier. Niet alleen, zoals Nina Polak schreef ‘omdat een specifieke manier van leven een specifiek soort leed met zich meebrengt’, maar ook omdat ‘de naam die dat leed krijgt van invloed is op hoe het ervaren wordt. En elke tijd benoemt het bijbehorende leed op een eigen manier.’

Er valt in die zin iets voor te zeggen, lijkt me, dat de vroeg-21ste-eeuwe burn-out familie is van de zenuwzwakte en de hysterie van het eind van de negentiende eeuw. In alle gevallen gaat het om individueel lijden als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen – en misschien ook wel om een vorm van protest tegen de eisen die de maatschappij haar ingezetenen oplegt.

(Er gaat geen week voorbij waarin ik niet aan het verhaal van Herman Melville denk en diens gevleugelde woorden ‘I would prefer not to’.)

Hysterie als cultuurdiagnose

Over de hysterie in het bijzonder, en de wisselwerking tussen individueel lijden en maatschappelijke context in het algemeen, interviewde ik samen met Nina de Rotterdamse filosoof en criminoloog Marc Schuilenburg.

In zijn nieuwe boek Hysterie – Een cultuurdiagnose beschrijft Schuilenburg de manieren, vaak stigmatiserend, waarop er in het verleden over de hysterie is gedacht. En hij past haar als diagnose toe op deze tijd: we leven, schrijft hij, in hysterische tijden. Daar zijn duidelijke oorzaken voor, en ook een soort van remedie, al is Schuilenburg over één ding helder:

Tot slot: het essay over ambitie als levensstijl is onlangs opgenomen in de prachtig uitgegeven bloemlezing Samengesteld door Joost de Vries en – daar is ze weer – Nina Polak. Donderdag 7 februari schuif ik aan bij een avond die hierover in het Amsterdamse Spui25 wordt georganiseerd:

(Of bekijk de live-stream, want die schijnt er ook te zijn, en dat is wel zo ontspannen misschien).

Tot de volgende,

Lynn

De tweede - Over het zijn en krijgen van een tweede kind Hoe is het om een kind te krijgen wanneer je er al een hebt? Wat betekent het om de tweede te zijn in een wereld die draait om de primeur? In het boek 'De tweede' neemt Lynn Berger je mee in haar fascinerende zoektocht om het tweede kind en de tweede keer beter te begrijpen. Lees hier meer over ‘De tweede’