Er bestaat geen consensus over de definitie en evenmin over de precieze oorzaak van depressie. Over één ding is iedereen die er verstand van heeft het wel eens: een ernstige depressie is vreselijk.

Maar wat is het verschil tussen een ernstige depressie en al het andere leed waarmee het leven gepaard gaat? En wie bepaalt waar de grens ligt? Zes vragen en antwoorden.

1. Hoe voelt een depressie?

Depressie is vastlopen. Als ik hoogleraar psychiatrie aan de Rijksuniversiteit Groningen en medeauteur van het boek Diagnose depressie (2015) Robert vraag naar de definitie, begint hij meteen met dat verschil tussen ‘normaal’ leed en depressie:

‘Het leven gaat gepaard met nare dingen. Het is volkomen normaal dat je daar allerlei gevoel bij hebt: verdriet, angst, woede, somberheid. Als je die dingen ervaart, weet je vaak waar ze mee te maken hebben en het gevoel komt en gaat. Je kunt erover praten, je kunt erom huilen soms misschien een beetje lachen, er zit beweging in.’

‘Het is alsof je iets heel ergs hebt meegemaakt, waar je verdoofd en onrustig van bent, maar je komt er niet meer bij’

‘Bij depressie is die beweging weg. Het is alsof je iets heel ergs hebt meegemaakt, waar je verdoofd en onrustig van bent, maar je komt er niet meer uit – het leidt een eigen leven. Het kan ontstaan na een heftige gebeurtenis, maar soms ook zomaar, en het gebeurt vaker bij mensen die al kwetsbaar zijn of erfelijk belast. Die gewone mechanismen om jezelf op te beuren werken niet meer, het lukt niet meer om ergens anders aan te denken of te relativeren. Wanneer je het verdriet bespreekt, lukt het dan vaak niet meer om erom te huilen, het praten lucht niet op: je zit vast.’

Tijdens een depressie ben je gevangen in je onvermogen om iets positiefs te ervaren. Je piekert, voelt je angstig en opgejaagd. Een ernstige depressie is een kwelling. Je kunt jezelf en de wereld niet meer evenwichtig bekijken en ziet vooral onmogelijkheden. Soms lijkt alleen de dood nog een oplossing.

2. Wat doet depressie met je lichaam?

Depressie is ingrijpend, naar en beangstigend. Schoevers omschrijft het expres eerst in dit soort ‘Maar je kunt je voorstellen’, vervolgt hij, ‘wat het met je gezondheid doet, als je dit gevoel lang ervaart. Je slaapt slecht, je eet niet meer goed, je hebt geen zin in seks. De symptomen aan de hand waarvan we een depressie meestal vaststellen, sluiten daarbij aan.’

Die symptomen staan in de Diagnostical Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-V). Hoewel dat boek omstreden is en het maar de vraag is of de zesde editie net zo populair zal zijn als de huidige vijfde, is het in Nederland nog steeds het meestgebruikte instrument om psychische stoornissen te diagnosticeren. Om je behandeling verzekerd te krijgen, moet je bovendien een DSM-diagnose hebben.

Dit zijn de negen symptomen van depressie die de DSM-V beschrijft:

1. Sombere stemming, gedurende het grootste deel van de dag, en bijna elke dag.
2. Duidelijk verminderd(e) interesse of plezier in alle of bijna alle activiteiten, gedurende het grootste deel van de dag, bijna elke dag.
3. Significant gewichtsverlies zonder dat dieet wordt gehouden, of gewichtstoename.
4. bijna elke dag.
5. bijna elke dag (waarneembaar door anderen, en niet alleen subjectieve gevoelens van rusteloosheid of geremd worden).
6. Vermoeidheid of verlies van energie, bijna elke dag.
7. Gevoelens van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens (die het karakter van een waan kunnen hebben) bijna elke dag (niet alleen zelfverwijt of schuldgevoel over het ziek zijn).
8. Verminderd vermogen tot nadenken of concentreren, of besluiteloosheid, bijna elke dag (ofwel subjectief beschreven ofwel geobserveerd door anderen).
9. Terugkerende gedachten aan de dood (niet alleen de vrees om dood te gaan), terugkerende suïcidegedachten, of een suïcidepoging.

Voldoe je gedurende minstens twee weken aan vijf of meer van deze symptomen, dan is de kans groot dat een arts of psycholoog een depressie bij je vaststelt.

De symptomen benadrukken de fysieke tol van een depressie, en die is niet gering. Het is bekend dat je stresssysteem ontregeld raakt door depressie. Je staat in een waakstand, kunt niet meer ontspannen, je lichamelijke gezondheid gaat achteruit, je hebt een verhoogd risico op hartinfarcten, andere lichamelijke narigheid en zelfs dood. Als je al een lichamelijke ziekte hebt en een depressie erbij, is het verloop van die lichamelijke ziekte bovendien slechter.

Volgens Schoevers is er zo langzamerhand ook een behoorlijke consensus over dat je die gevolgen kunt waarnemen in het brein. ‘Op hersenscans kun je zien dat depressie gepaard gaat met een verhoogde activiteit van emotiegebieden, het limbisch systeem. De cognitieve controle, het filteren van informatie en het interpreteren van signalen schieten tekort, zodat je jezelf niet meer goed kunt kalmeren.’

Betekent dat dan ook dat de oorzaak in de hersenen ligt? Nee, daarmee doe je geen recht aan de complexe en uiteenlopende oorzaken van depressie. Je hoort weleens dat depressie het gevolg is van een chemische disbalans in het brein of een tekort aan serotonine, maar dat hoeft niet de oorzaak te zijn.

3. Is depressie een ziekte?

Het ingewikkelde met depressie is, dat het in feite een uitvergroting is van iets wat iedereen kent. Iedereen voelt zich weleens klote en heeft tegenslagen. ‘Dat moeten we als samenleving niet willen medicaliseren’, zegt Schoevers. ‘Depressie is niet de afwezigheid van een geluksgevoel. Het is fijn als je gelukkig bent, maar het is geen recht, en de geestelijke gezondheidszorg is er niet om dat voor mensen te realiseren.’

‘Depressie is niet de afwezigheid van een geluksgevoel’

Toch denkt hij dat je bij ernstige depressies wel degelijk van een ziekte kunt spreken. Je kunt aanwijzen dat sommige mensen genetisch kwetsbaar zijn. En ook je als kind verwaarloosd, misbruikt of mishandeld bent, kun je getekend zijn. Je bent minder goed in staat te handelen bij tegenslagen en voelt weinig grip op het leven. Dat blijkt op een psychologisch niveau, maar zeker ook op het gebied van je stress- en immuunsysteem . Je kunt aantonen dat iemand fysiek verandert door trauma.

‘Het ingewikkelde blijft dat de grens tussen ziek en gezond bij psychische klachten moeilijk te trekken is’, zegt Schoevers. ‘Het stikt op het moment van de burn-outs en mensen die zich niet lekker voelen. De vraag is wanneer je dat gaat behandelen en bijvoorbeeld aan medicatie gaat denken. Daar gaan vaak veel behandelstappen aan vooraf. Tegen de tijd dat ik als psychiater tegenwoordig iemand zie, dan kun je echt wel van een ziekte spreken.’

4. Hoe wordt depressie behandeld?

Schoevers: ‘Wat huisartsen steeds beter doen, is hele nuttige huis-tuin-en-keukenadviezen geven, die je kunnen helpen bij lichte klachten. Zorgen dat je contact met anderen houdt, bijvoorbeeld, niet te veel alcohol drinken, regelmaat houden, voldoende bewegen. Dat helpt bij veel mensen echt, de klachten verminderen. Maar er zijn altijd mensen bij wie dat niet werkt. Mensen die het al eerder hebben gehad of mensen die kwetsbaar zijn – die moet je zo snel mogelijk goed behandelen.’

Hoe behandel je die mensen? Waarschijnlijk de meest toegepaste behandeling bij depressie is cognitieve gedragstherapie. Het is de best onderzochte vorm van psychotherapie en verzekeraars vergoeden deze behandeling graag, omdat ze het predicaat evidence based draagt. Bovendien kun je met een aantal doelgerichte sessies resultaat bereiken.

Soms wordt psychotherapie gegeven in combinatie met antidepressiva. Volgens cijfers van de Stichting Farmaceutische Kerngetallen (SFK) worden er al enkele jaren ongeveer aan 1 miljoen mensen per jaar antidepressiva voorgeschreven. (Overigens niet alleen voor depressie maar ook voor angststoornissen, voor pijn, en andere indicaties.)

Dat is veel, zeggen sommige zeker aangezien het altijd maar een gok is of die pillen zullen werken. Voor sommigen doen ze wonderen, anderen merken alleen de bijwerkingen (die heftig kunnen zijn) of voelen zich er slechter door. Het resultaat is voor individuele gevallen moeilijk te voorspellen.

Van die miljoen mensen die in een jaar antidepressiva krijgen, stopt de helft er dan ook binnen zes maanden weer mee.

5. Is er sprake van een depressie-epidemie?

Over depressie wordt enorm veel gesproken en geschreven. Je hoort weleens dat er een ‘depressie-epidemie’ bestaat en we weten dat in Nederland depressie de belangrijkste bron van ziekteverzuim is. De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) noemt depressie

Volgens Schoevers, die ook epidemioloog is, is het aantal depressies tamelijk stabiel.

Hij verwijst naar de meest recente, longitudinale studie naar de Nederlandse geestelijke gezondheid, Nemesis-2 uit 2009, die nog steeds de beste cijfers biedt. Daarin staat dat 18,7 procent van de mensen in zijn of haar leven een depressie krijgt. Een cijfer dat in de pers vaak wordt afgerond tot 20 procent: één op de vijf.

‘Depressies worden beter herkend en mensen durven er makkelijker over te praten’

Hoewel de prevalentie vrij stabiel is, zie je wel dat het zorggebruik is toegenomen, zegt Schoevers. ‘In de eerstelijnszorg gaat de melding van dit soort klachten omhoog; bij huisartsen is die zelfs sinds de jaren negentig verdubbeld. Volgens mij is dat een goed teken: depressies worden beter herkend en mensen durven er makkelijker over te praten.’

‘Bij jonge mensen lijkt het ook meer een ding te zijn. Je ziet dat het op universiteiten en scholen steeds meer een thema is. Maar of dat nu is omdat de prevalentie daar aan het stijgen is of omdat we het er met z’n allen steeds meer over hebben, is moeilijk te zeggen.’

6. Is een burn-out ook een depressie?

In het debat over geestelijke gezondheid valt, vooral als het jongeren betreft, tegenwoordig bijna net zo vaak de term burn-out. Dat is geen stoornis in de DSM-V, maar er zijn wel degelijk veel gelijkenissen.

Schoevers: ‘Ik denk dat burn-out verwijst naar depressieve klachten die gekoppeld zijn aan overbelasting. Het gaat meestal om werk, maar als je mensen met een burn-out spreekt, hoor je niet zelden dat er ook op andere vlakken wat aan schort.’

‘Het fijne van dit begrip vind ik dat je er gratis een soort oplossing bij krijgt: je zult iets moeten doen met die werkdruk en hoe je daarmee omgaat.’

‘Je zult iets moeten doen… Dat is overigens het geval bij iedere psychische aandoening, ongeacht de ernst’, zegt Schoevers. ‘Het ziektebegrip kan nuttig zijn om mensen te verlossen van een zeker schuldgevoel. Het maakt dat je niet hoeft te denken dat het slappigheid is, of onwil. Maar dat neemt niet weg dat je er zelf heel hard aan moet trekken om eruit te komen.’

Er bestaan goede, individuele behandelingen voor depressie. Maar als je de ziektelast in de populatie omlaag wilt brengen, denkt Schoevers, moet je ook iets doen aan de weerbaarheid en zelfstandigheid van mensen. En aan hoe we in de samenleving met elkaar omgaan.

‘Het risico van hulp verlenen is dat het nooit stopt. We vinden onszelf heel belangrijk en nuttig, maar je moet ook altijd kijken naar hoe je zo snel mogelijk weer kunt stoppen met behandelen en mensen zo veel mogelijk in een autonome positie laten. Als het even kan, moeten ze in hun eigen leven kunnen dealen met dingen – die boodschap moeten we blijven uitdragen.’

Ook preventie noemt hij daarom heel belangrijk. Kinderen krijgen gymnastiek op school, maar geen mentale opvoeding. Hoewel op dat gebied wel steeds meer gebeurt, met bijvoorbeeld anti-pest-programma’s en begeleiding van gezinnen met problemen.

Meer lezen?

Uit de kast komen met je depressie is normaal. Praten over hoe eenzaam het voelt nog niet Een depressie herken je, volgens het handboek van de psychiatrie, aan een lijst symptomen. Maar daarop ontbreekt volgens filosoof en psycholoog Bert van den Bergh het belangrijkste kenmerk: een gevoel van isolement. Er is volgens hem een nieuwe taal nodig om daarover te praten en denken. Lees het interview hier Hoe Nederlanders hun gevoel aftasten in het voorportaal van therapie De film Nu verandert er langzaam iets registreert zonder commentaar hoe Nederlanders zich tot betere, gelukkigere mensen laten coachen. Het is makkelijk om daar lacherig over te doen, maar de grondtoon van deze film is eerder verwondering. Het maakt dat je je afvraagt waarom we geestelijk welzijn niet veel eerder voeden. Op de basisschool, bijvoorbeeld. Lees het verhaal hier