Precies twaalf weken heb ik nu een stringent fitnessregime gevolgd, bestaande uit zes dagen per week sporten en een zo gezond mogelijk dieet. (Voor wie het interesseert, het resultaat: 12 kilogram lichter, 12 kilowatt energie rijker.)

Vooral mijn eetpatroon heb ik danig op de schop genomen. En dan bedoel ik niet met de natte vinger, onder het mom ‘dit ziet er wel gezond uit, laat ik dat maar nemen.’ Nee, na een minutieuze studie van het verschil tussen simpele en complexe koolhydraten, de goede en verkeerde suikers, enkelvoudige en meervoudige vetten en alles wat er nog meer komt kijken bij het bepalen van de werkelijke voedingswaarde van een product (les 1: wie alleen op calorieën let, kijkt totaal verkeerd), heb ik mijn winkelmand, mijn koelkast en mijn bord eens goed onder de loep genomen.

En daar werd ik, op z’n zachtst gezegd, niet vrolijk van.

Niet dat ik nu zo vreselijk ongezond at - aan mijn twee ons groente, twee stuks fruit kwam ik heus wel -, maar de lessen die ik de afgelopen twaalf weken heb moeten trekken over mijn oude eetpatroon, zijn - wat is in dit verband een passende metafoor? - niet mals? Zuur? Zwaar op de maag?

Nu, u snapt wat ik bedoel.

Pendelen tussen Hartaanval-To-Go en Diabetes Express

Laat ik beginnen met de conclusie die u nog het bekendst zal voorkomen, namelijk: als het op eten aankomt, worden we compléét omsingeld door troep. Wie eenmaal heeft besloten een tijd helemaal geen ongezonde hap te eten, ziet plotseling hoe on-voor-stel-baar vaak je daar op een dag mee geconfronteerd wordt. De Febo’s, Smullers, Burger Kings, Kentucky Fried Chickens, McDonald’s, Döner Kebabs, Pizza Huts, Domino’s, Taco Mundo’s, Mex To Go’s, Spare Rib Expressen en ga zo maar door: vooral in grotere steden is er letterlijk geen ontkomen aan. En dan tel ik al die snackbarren, rotizaken, pizzeria’s, loempiastands, gebakkramen en hotdogwagentjes nog niet mee.

Bovendien zijn er ook nog de boobytraps onder de eettenten: de plekken waar je dénkt betrekkelijk gezond je honger of dorst te kunnen stillen, maar waar je in werkelijkheid gewoon een Smullers met een andere luifel binnenloopt: de Starbucksen, de Julia’s Pastazaken, de Delifrance’s, de Subways enzovoort enzoverder. Ik geef ruiterlijk toe: ook ik dacht altijd dat ‘broodje gezond’ gewoon ‘broodje gezond’ betekende, helemaal als er ook nog ‘vers’ en ‘ambachtelijk’ en meer van dat soort geruststellende marketinggoochelarij bij vermeld werd.

Vooral als forens zit je tegenwoordig gevangen in een permanente spagaat van óf de Hartaanval-To-Go óf de Diabetes Express

Maar als je door je strengste bril naar de etiketten achterop kijkt, schrik je je helemaal dood: al die broodjes, sauzen, pasta’s en koppen koffie zijn eigenlijk Big-Macs-in-schaapskleren - zoveel vet, suiker, zout, E-nummers en conserveringsmiddelen zijn er aan toegevoegd. Voorbeeld: met een Club Sandwich van Subway, op het oog niet veel meer dan een plak kalkoen, schijf komkommer, blaadje sla - expliciet aangeprezen als een broodje met maar ‘6 procent vet’ - krijg je al van je aanbevolen dagelijkse hoeveelheid zout binnen. Dat is, geloof het of niet, méér dan met een Big Mac (40 procent) - en die is zo ongeveer ontworpen om er cola bij te verkopen (een drankje met 17 (!) klontjes suiker per flesje).

Vooral als forens zit je tegenwoordig gevangen in een permanente spagaat van óf de Hartaanval-To-Go óf de Diabetes Express. Probeer in een willekeurige stationshal of benzinepomp maar eens iets te vinden wat niet bizar calorierijk, oneindig lang houdbaar of in vet, suiker en zout verdronken is: ik geef het je te doen. Ja, het is er wel, bij de appels achterin, maar voor je daar bent aanbeland, ben je wel al vijf keer over de saucijzenbroodjes, Snickers en frappuccino’s gestruikeld.

Meer, meer, meer, meer, meer

Tot zover misschien weinig nieuws onder de zon, maar dan nu de alarmbel: onze oude vertrouwde supermarkten zijn niet veel beter. Het mag tegenwoordig allemaal wel ‘excellent’, ‘low-fat,’ ‘halfvol’, ‘healthy choice’ en ‘biologisch’ heten, strikt genomen kun je - als je écht gezond wilt eten - het gros van de schappen overslaan. En dat zeg ik, hand op het hart, niet om te overdrijven.

Van de broden tot de ontbijtgranen, van de soepen tot de sauzen, van de kazen tot de conserven, van de diepvries tot de delicatessen: er zit óf een verbijsterende hoeveelheid zout, óf een stuiterende hoeveelheid suiker, óf een misselijkmakende hoeveelheid (verzadigd) vet in - of alle drie. Om nog maar van de tussendoortjes, de snacks, de koekjes en de toetjes te zwijgen. Boud gesteld kun je bijna alles wat in een verpakking zit beter overslaan.

Hoe dat komt, staat op schitterende wijze beschrijven in de bestseller waarin Michael Moss, onderzoeksjournalist van The New York Times, uit de doeken doet hoe de grote voedselproducenten in de wereld de afgelopen twintig jaar alles in het werk hebben gesteld om ons eten zo verslavend mogelijk te maken. En niets is daarin zo effectief gebleken als de heilige drie-eenheid: Van de onschuldige pastasaus (tomaat is toch gezond?) tot de onverdachte muesli (dat zijn toch alleen maar vezels?): overal is zoveel zout, suiker en vet aan toegevoegd dat je brein enkel nog denkt ‘meer, meer, meer, meer, meer.’

Van de onschuldige pastasaus tot de onverdachte muesli: overal is zoveel zout, suiker en vet aan toegevoegd dat je brein enkel nog denkt ‘meer, meer, meer, meer, meer’

Het resultaat is ernaar: voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid zijn er meer mensen te dik dan er honger lijden (laat dat feit eens bezinken). In Nederland lijdt 50 procent van de volwassen mannen en 40 procent van de vrouwen onder de 65-plussers is dat respectievelijk 62 en 56 procent. In totaal meer dan 10 procent is obesitas-patiënt, oftewel: gevaarlijk zwaarlijvig. Onder ouderen is dat zelfs 17 (!) procent. In het verlengde daarvan: bijna één derde van de Nederlanders gaat tegenwoordig dood aan hart- en vaatziekten; nog eens 6 procent aan spijsverterings-, voedsel-, stofwisseling- of immuniteitsstoornissen. En, niet te vergeten: diabetes is inmiddels van het land. Cijfers die absoluut verband houden met alles wat we aan eten naar binnen proppen.

Voordat ik hier nu van complottheorieën word beticht: ik wil allerminst beweren dat voedselbedrijven ‘erop uit zijn’ ons ongezond te maken - ze willen gewoon, net als ieder ander bedrijf, zoveel mogelijk producten verkopen. Evenmin ben ik van de school dat alles maar macro-bio-hipsterologisch moet, onder het motto: als het uit een fabriek komt, is het per definitie slecht. Dat is niet zo: goed beschouwd is het een waar wonder hoe veilig (in de zin van: hygiënisch), betaalbaar en grootschalig onze voedselvoorziening is. En ik wil zeker niet beweren dat er géén gezond voedsel te krijgen is, integendeel: ook daar zie je meer en meer van (ook NRC-columnist Marcel van Roosmalen is

Maar nu ik twaalf weken lang op elke koolhydraat heb gelet, en terugkijk op de enorme moeite die ik moest doen om niet te zondigen, ben ik ons voedselsysteem nog kritischer gaan bekijken dan ik al deed. Betaalbaar ja: maar ook verantwoordelijk voor een groeiende kloof tussen hen die het gezonde alternatief kunnen betalen en zij die door een krappe beurs veroordeeld blijven tot pakjes lege kant-en-klaar-calorieën. Grootschalig ja: maar vooral op het gebied van het verkeerde soort eten. En veilig ja: maar niet op de langere termijn.

Integendeel, lees de voedingswaarden kritisch door, spiek in de mandjes van degenen voor je in de supermarkt en aanschouw de rijen die nog altijd staan bij de talloze frituurmuren - en je ontkomt bijna niet aan de conclusie dat zich om ons heen een massale zelfmoord in slow motion voltrekt. Omringd door een snackwalhalla, verleid door voedselproducenten op zoek naar maximale afzet, misleid door onheuse gezondheidsetiketjes, aangemoedigd door een brein dat van geen ophouden weet, eten we ons als rupsjes-nooit-genoeg langzaam maar zeker ons graf in.

Oké doemdenker, wat nu?

Van zo’n fatalistische conclusie zou je haast gaan troosteten, dus laat ik op z’n minst optimistisch eindigen: er is wat aan te doen. Mijn drie belangrijkste lessen:

1) Eet zoveel mogelijk onbewerkt eten. Wetenschappers van de Amerikaanse Yale Universiteit vergeleken ieder dieet dat ze konden vinden en kwamen tot de logische, maar waardevolle conclusie: herken je de oorspronkelijke ingrediënten niet in het eindproduct dat je voor je hebt, laat het dan staan. Maar liefst 80 procent van de chronische ziekten zou met zo’n eetpatroon tot het verleden gaan behoren,

2) Doe vooral niet te zuinig. Heel globaal geldt voor voedsel: hoe goedkoper, hoe leger de calorieën. Neem het ultieme voorbeeld: een Big Mac-menu. Goed voor maar liefst 1.500 calorieën, grofweg twee derde van wat je op een dag nodig hebt, voor de prijs van 5,95 euro. Goeie deal, zou je denken. Maar iedereen weet wat er na zo’n menu gebeurt: je voelt je propvol en na twee uur heb je weer honger. Goedkoop voer is duur voer. Niet dat duur eten altijd beter is, maar vaak geldt: op de relatief dure, gezonde varianten teer je meestal langer, omdat er meer voedingswaarde in zit.

3) Let op de trucjes. Een van de meest misleidende trucs die de afgelopen jaren is uitgevonden om eten ‘gezond’ te doen lijken, is de kreet ‘weinig/minder/nul procent vet.’ Je ziet het veel bij cruesli’s, melkproducten en zelfs snoep. Maar in heel veel gevallen wordt het vet gecompenseerd door, jawel, suiker. En suiker is zo’n beetje de heroïne onder de ingrediënten. Doe alleen al suiker in je ochtendkoffie en je hebt de hele dag door non-stop behoefte aan meer suiker. Daar komt bij dat vet - zeker het soort dat je in bijvoorbeeld olijfolie aantreft - veel minder kwaad kan dan zijn zoete vervanger. Dus mocht je die sticker voorbij zien komen: wees gewaarschuwd. Ook een truc om op te letten: labels die de voedingswaarden geven van het ‘bereide product’, zoals bij pannenkoekenmeel. Omdat je daar vooral water bij doet, lijkt het eindproduct veel gezonder dan wat er feitelijk in het pakje zit.

De verslavende drie-eenheid: Salt, Sugar, Fat Michael Moss, onderzoeksjournalist van The New York Times, schreef een onthullend boek over de vele manieren waarop voedselbedrijven ons eten de afgelopen twintig jaar zo verslavend mogelijk hebben gemaakt. Een absolute aanrader. Hier vind je meer informatie over het boek

Lees ook: 30 dagen geen drank Net als 1.099.999 andere Nederlanders heeft correspondent Ernst-Jan Pfauth een enigszins problematische relatie met drank. In het kader van zelfonderzoek dronk hij dertig dagen geen glas en ontdekte dat het verantwoorden aan anderen meer moeite kostte dan het niet-drinken zelf. Lees hier de column van Ernst-Jan terug

Vijf verrassende voedselinitiatieven op de Nieuw Nederland-kaart Op de Nieuw Nederland-kaart van correspondent Jelle Brandt Corstius zijn al meer dan honderd mooie, soms revolutionaire initiatieven voor een nieuw Nederland binnengekomen. Ter inspiratie zet Daphné Dupont-Nivet de prikkelendste vijf voedselinitiatieven op een rij. Lees hier meer over de vernieuwende voedselinitiatieven