Hoe Kamala Harris van vrijheid weer een progressief ideaal maakt
In de Verenigde Staten staan de Republikeinen bekend als de hoeders van de vrijheid. Democraten hoorde je er niet over – tot nu. Vrijheid is hét campagnethema van presidentskandidaat Kamala Harris. Daar kunnen progressieve partijen in Nederland van leren.
Blijf praten over vrijheid. Die oproep deed het nationale campagnecomité van de Amerikaanse Democratische Partij begin september aan alle lokale campagnevoerders: blijf zeggen dat de Democraten dit verkiezingsjaar strijden voor vrijheid.* Blijf herhalen dat Democraten vrije verkiezingen garanderen, en de vrijheid van vrouwen om beslissingen te nemen over hun eigen lijf.
Want van de Republikeinen kun je dat niet zeggen.
Wat een wending. Van oudsher zijn het de Republikeinen die non-stop campagne voeren met het woord ‘vrijheid’. Een Republikeins lid van het Huis van Afgevaardigden stelde in 1995: ‘Wat je ook bepleit in de politiek, je moet het verkopen in de taal van vrijheid.’* En dat deden ze, decennialang.
Maar nu is het de Democratische presidentskandidaat Kamala Harris die van Beyoncés ‘Freedom’ haar campagnelied maakt. Die kiezers oproept om te ‘kiezen voor vrijheid’. Die op flyers laat drukken dat ze vecht voor ‘onze vrijheden en toekomst’. Waarom, en waarom nu?
Wat eraan voorafging: een Republikeins monopolie op vrijheid
Sinds de jaren tachtig – de tijd van president Ronald Reagan – wisten politici van de rechtse Amerikaanse partij een monopolie te vestigen op het ideaal van vrijheid. Zij, en alleen zij, zouden de vrijheid van Amerikanen garanderen.
Die retoriek kwam overal terug. Republikeinse afgevaardigden noemden hun fractie de ‘Freedom Caucus’. George W. Bush noemde zijn oorlog tegen terrorisme en in Afghanistan ‘Operation Enduring Freedom’. Een paar jaar geleden nog probeerden Republikeinen aardgas te verkopen als ‘freedom gas’: de export van vloeibaar aardgas zou de vrijheid van bondgenoten vergroten.*
En hoewel ‘vrijheid’ onder de Republikeinen op den duur nogal een containerbegrip werd, bleef wat zij er in de kern mee bedoelden altijd wel duidelijk: het ging om individuele vrijheid om te doen en laten wat je wilde. Je eigen gang gaan, genieten van je eigendommen, consumeren wat je wilde – van deze vrijheden was de VS een baken. Onvrijheid, dat waren de anderen – de bemoeizuchtige Democraten in eigen land en daarbuiten de dictators en de communisten, die hun volk onderdrukten en geen vrije keuze gunden.
De Republikeinse visie op vrijheid werd al in de negentiende eeuw ontwikkeld door liberale politieke denkers als Benjamin Constant, John Stuart Mill en William Graham Sumner. Volgens Sumner, een invloedrijke Yale-hoogleraar, was ‘laisser-faire de doctrine van vrijheid’. Om burgers vrij te laten, moest de overheid terughoudend zijn. Alles wat ook maar een beetje riekte naar betutteling werd met de grond gelijkgemaakt.
Wat Trump zegt en doet verraadt weinig liefde voor vrijheid
En hoewel de manier waarop de Republikeinen met het begrip vrijheid omsprongen al die jaren bijzonder selectief en soms ronduit hypocriet was, begon hun retorische grip op het ideaal pas te verslappen met de verkiezing van Donald Trump, eind 2016.
Want Donald Trump heeft niet zo veel met vrijheid. Hij heeft het er zelden over. Zijn partijfunctionarissen blijven het Republikeinse verkiezingsprogramma in de taal van vrijheid schrijven,* maar Trump laat die terminologie zelf vrijwel geheel achterwege. Behalve in plichtmatige zinnetjes van zijn speechschrijvers,* of wanneer hij fabuleert dat ‘kameraad Kamala’ een communist is die de vrijheid van Amerikanen wil stelen.
Zo’n uithaal kan niet verhullen dat Trump geen eigen verhaal heeft over vrijheid. Tijdens zijn presidentschap niet, tijdens zijn campagnes niet. Trumps eigen verhaal is Trump. Wat hij zegt en doet verraadt weinig liefde voor vrijheid. Hij prijst dictators om hun harde hand en hij valt lokale functionarissen aan die de vrije verkiezingen in goede banen moeten leiden.
En Trump deed nog iets wat de vrijheid van miljoenen Amerikanen direct bedreigt. Hij benoemde als president drie conservatieve rechters tot het Hooggerechtshof, wetende dat in het Hof daarmee een meerderheid ontstond om de federale bescherming van abortus weg te nemen.
Dat gerechtelijke besluit, in 2022, was een keerpunt. Want hoewel de Republikeinen altijd al tegen abortus waren, was dat nu geen papieren tijger meer. Nu werden miljoenen vrouwen wakker in een land waar de overheid zich, dankzij de Republikeinse Partij, daadwerkelijk met hun lijf bemoeide. En wel op hun kwetsbaarste en intiemste moment, namelijk wanneer zij ongewenst zwanger waren.
Van de ene op de andere dag konden vrouwen in sommige staten geen abortus meer krijgen. Dat leidde tot verdriet, frustratie en woede. En het leidde bij ‘veel kiezers, ook bij mensen die zich onafhankelijk of conservatief noemen, tot een hernieuwde zoektocht naar de betekenis van het woord vrijheid’, constateerde The New Yorker.*
De Democraten stonden met open armen klaar om deze kiezers op te vangen.
Vrijheid valt weer te claimen, leerden de Democraten in Kansas
Al snel na het besluit van het Hooggerechtshof kwamen de Democraten erachter dat abortus voor hen een ‘winning issue’ kon zijn.
Want toen Republikeinen in de staat Kansas in augustus 2022 een voorstel in stemming brachten om het recht op abortus uit de grondwet van die staat te schrappen, verenigden plaatselijke Democraten en andere tegenstanders zich onder de naam ‘Kansans for Constitutional Freedom’. Ze verwierpen het Republikeinse voorstel met bijna 60 procent van de stemmen, een opmerkelijke uitkomst in een staat die al sinds 1968 in de zak van de Republikeinen zit.*
Inwoners van Kansas waren ‘afgeschrikt door inmenging en inbraak van de overheid in diep persoonlijke besluiten rondom zwangerschap en abortus’, zo bleek uit focusgroepen.*
Democraten in de landelijke politiek spitsten hun oren. Vooral toen de uitslag uit Kansas in november dat jaar nog vijf keer werd herhaald in andere lokale verkiezingen.
Er bleek ruimte te zijn om het begrip vrijheid weer terug te claimen.
Een betere woordvoerder dan Kamala Harris was daarbij haast niet denkbaar. Al sinds haar dagen als openbaar aanklager (2004-2011) en procureur-generaal in Californië (2011- 2017) strijdt ze voor het recht op abortus.*
Ook in haar tijd als senator (2017-2021) viel ze op met dit onderwerp. Bijvoorbeeld toen ze Brett Kavanaugh, een door Trump genomineerde kandidaat voor het Hooggerechtshof, tijdens een senaatshoorzitting ondervroeg over zijn abortusstandpunt. Of hij ook maar één wet kon verzinnen die de overheid de macht gaf om besluiten te nemen over het mannelijke lichaam? Kavanaugh kon er geen bedenken.
‘Hoe durven ze’, was het eerste wat Harris dacht toen ze in 2022 het controversiële besluit van het Hooggerechtshof vernam. ‘Hoe durven ze onze rechten aan te vallen, hoe durven ze onze vrijheid aan te vallen?’*
Het strookte niet met de principes waarop de Verenigde Staten waren gebouwd, zei ze. ‘In een democratie die vrijheid vooropzet, zou de overheid niet in de positie moeten zijn – noch het recht mogen hebben – om de meest intieme en persoonlijke besluiten te nemen die iemand maar kan nemen over haar hart en haar thuis. Het moet háár besluit zijn.’*
Harris: zelf kiezen = vrijheid
Waar Joe Biden het gevecht tussen autocratie en democratie tot het centrale thema van zijn verkiezingscampagne had gemaakt, daar koos Kamala Harris voor vrijheid als ‘masterframe’ van haar campagne.
In haar speech op de Democratische Conventie beloofde ze haar kiezers te strijden voor ‘fundamentele vrijheden’, waaronder de vrijheid om zelf besluiten te nemen over het eigen lichaam, maar ook ‘the freedom that unlocks all the others: the freedom to vote’.
Dat is een heel andere manier van denken over vrijheid dan die van de Republikeinen. Hier betekent vrijheid niet dat een individu beschermd moet worden tegen een opdringerige overheid, maar dat iedereen zijn stem kan laten horen in een democratisch systeem.
Dát geeft mensen toegang tot vrijheid, zegt Harris: dat je vrij kunt stemmen. Dat de overheid, zoals Abraham Lincoln het in 1863 zei, ‘van de mensen, door de mensen, voor de mensen’ is.* Of zoals Biden zou zeggen: dat de democratie overleeft. In feite heeft Harris het dus nog steeds over hetzelfde als Biden, maar dan beter verpakt.
Deze manier van denken over vrijheid zit in het DNA van de Amerikanen
Deze manier van denken over vrijheid is nog ouder dan de traditie die de Republikeinen in de VS hadden gemonopoliseerd. Ze gaat zelfs helemaal terug tot het oude Athene, zo laat historicus Annelien de Dijn zien in haar monumentale boek Vrijheid. Een woelige geschiedenis. In deze traditie is democratie de garantie op vrijheid. Het gaat erom dat het volk zichzelf bestuurt. Zo zagen de oude Grieken het, en daarna de Romeinen, en de humanisten uit de renaissance: gedurende het grootste deel van de geschiedenis werd onder vrijheid ‘bestuur door het volk’ verstaan.*
En ook deze manier van denken over vrijheid zit in het DNA van de Amerikanen. De bekende leus ‘geef me de vrijheid of geef me de dood’ werd in 1775 uitgesproken door een advocaat die de afgevaardigden van Virginia opzweepte om zich aan te sluiten bij de onafhankelijkheidsstrijd tegen de Britse overheersing. Pas als de Amerikanen bevrijd zouden zijn van het juk van de koning – pas als ze zichzelf bestuurden – zouden ze vrij zijn. Het verlangen naar vrijheid ontketende de Onafhankelijkheidsoorlog.
Hier gaat het dus niet om de vrijheid om met rust gelaten te worden en je eigen gang te kunnen gaan. Het gaat hier om de vrijheid om te bepalen. Om zeggenschap. En nu zijn het in de VS niet de Republikeinen maar de Democraten die dat verhaal naar zich toe trekken: als jij het voor het zeggen wilt hebben, voor jezelf en voor je land, dan moet je bij ons zijn.
En wat zo raak is aan de campagne van Kamala Harris: ze verbindt haar pleidooi voor zelfbeschikking op individueel niveau (vrijheid om te bepalen of je een zwangerschap wilt voltooien) aan zelfbeschikking op collectief niveau (of de inwoners kunnen bepalen over het lot van hun land). Het is in haar campagne feitelijk één verhaal geworden, en het draait helemaal om zeggenschap.
Wie zelf bepaalt, leeft in vrijheid.
Democraten voor vrijheid: een rijke traditie
Voordat de Republikeinen het gebruik van ‘vrijheid’ als campagnestrategie effectief kaapten, spraken politici van de Democratische Partij veel en vaak op deze manier over vrijheid.
In zijn campagne voor het presidentschap in 1912 had de Democraat Woodrow Wilson de Amerikanen bijvoorbeeld een ‘nieuwe vrijheid’ beloofd, schrijft De Dijn. Arbeiders werden onderdrukt door ondernemers, vond Wilson. ‘Kapitalisten en fabriekseigenaren’ hadden te veel macht over de regering en dat had ‘slavernij in plaats van vrijheid’ gebracht. Wilson wilde de regering ‘teruggeven aan het volk’.
Ook president Franklin Delano Roosevelt, die de VS leidde ten tijde van de Grote Depressie en naam maakte met zijn New Deal, sprak de taal van vrijheid. Hij wilde mensen een ‘bredere vrijheid’ geven dan alleen het stemrecht, want zolang mensen arm en behoeftig waren, waren ze niet echt vrij.
Roosevelt gebruikte het woord vrijheid om te pleiten voor ‘voldoende loon, fatsoenlijke huisvesting en gezondheidszorg’, schrijft De Dijn. De echo van dat denken zie je nu weer terug bij de Democraten.
In 2014 merkte de toenmalige president Barack Obama al op dat ‘wij als Democraten al te lang toestaan dat de andere kant het woord vrijheid definieert’.* Om echt vrij te zijn, heb je een garantie op gezondheidszorg nodig, zei Obama, en andere vormen van overheidsinterventie.
Maar tóén sloeg die retoriek niet aan. Nu wel, en dat komt doordat de Republikeinen onder Trump hun eigen geloofsartikelen hebben verraden. Ze hebben Trump niet veroordeeld toen hij de verkiezingen probeerde te stelen (de Republikeinen die dat wel deden, zijn de partij uit gezet). Ze hebben boeken in de ban gedaan en lessen verboden over racistische episodes uit de Amerikaanse geschiedenis, en over lhbti+’ers.* Ze hebben het recht op abortus afgebroken, en sommige Republikeinen (onder wie Trumps vicepresidentskandidaat J.D. Vance) spreken zich uit tegen de beschikbaarheid van medische behandelingen zoals ivf.
Ze zijn al lang niet meer de partij van een ‘kleine overheid’: met hun voorstellen zou de overheid juist méér te zeggen krijgen in cruciale gebieden van het privéleven van Amerikanen.
Harris en haar kandidaat voor het vicepresidentschap Tim Walz hakken daar nu handig op in. ‘Trump and Vance, they talk about small government’, zei Walz tijdens een recente campagnebijeenkomst: ‘small enough to be in your bedroom, small enough to be in your library.’*
Harris, daarentegen, biedt haar kiezers een ‘bredere vrijheid’: ‘de vrijheid om veilig te zijn van wapengeweld in onze scholen, gemeenschappen en gebedshuizen. De vrijheid om te houden van wie je wilt, openlijk en met trots. De vrijheid om schone lucht in te ademen, schoon water te drinken en vrij te zijn van de vervuiling die de klimaatcrisis aanwakkert.’*
In de speeches tijdens de Democratische conventie in augustus kwam het woord ‘vrijheid’ 227 keer voor. De Republikeinen van Trump kwamen in juli niet verder dan 67 shout-outs.*
Lessen voor Nederland en de EU
Of dit de nationale verkiezingen gaat bepalen? Niet te zeggen. Het zijn de zwevende kiezers in een handjevol staten die de uitkomst bepalen. Niemand weet wat een kandidaat moet zeggen om deze kiezers te overtuigen, al is het maar omdat er niet één soort zwevende kiezer is.
Misschien werkt het verhaal van vrijheid wel, als het Harris lukt om specifieke voorstellen onder deze noemer te promoten. Het zou de renaissance zijn van een progressief vrijheidsethos dat te lang is ondergesneeuwd. In deze traditie heeft vrijheid meer te maken met zelfbeschikking (autonomie) dan met rust gelaten worden. Het gaat erom dat je kunt meepraten en meebesluiten, dat je meester bent over je eigen lot – en dat de overheid je in staat stelt om je leven zo te leiden zoals je wilt, ook als daar ingrijpen voor nodig is.
Dit is ook voor Nederland en de EU van belang. Want ook hier draaien verkiezingen vaak om een variant op dit vraagstuk van zeggenschap. Ook hier gaan verkiezingen niet alleen om welk beleid mensen willen, maar in toenemende mate om de vraag: wie bepaalt?
Vooral rechtse partijen hebben de laatste jaren veel winst geboekt met de suggestie dat alleen sterke natiestaten geleid door sterke mannen de wil van het volk kunnen dienen. Zij staan tenminste op tegen de invloeden van buiten die ‘ons’ zouden bedreigen: de ‘tsunami’ van migranten, bijvoorbeeld, of de technocraten van de deep state of de EU. Hoewel Trump zelden over vrijheid spreekt, past zijn ‘Make America Great Again’ wel naadloos in dit narratief. Net als bijvoorbeeld ‘Take back control’ van de Brexiteers, of ‘Protecting Sovereignty’ van Viktor Orbán.
In een onstuimige wereld waar niemand echt grip op lijkt te hebben, is zelfbeschikking woest aantrekkelijk. De crux is dat Harris die controle belooft terug te geven door het zelfbestuur van het volk in ere te houden. Daarmee geeft ze een goed antwoord op de autoritaire neigingen van Trump en andere rechts-extremistische politici.
Vrijheid als zelfbeschikking en zelfbestuur: laten we hopen dat het aanslaat.