140
Facebook
Twitter
LinkedIn
Whatsapp
E-mail
Begin deze eeuw kwamen schadelijke hormonen in varkens en menselijk voedsel terecht. In een naar ons gelekt politierapport staat dat dit ‘een nooit eerder gezien gevaar voor de volksgezondheid in heel Europa’ vormde. Waarom verzweeg de Nederlandse overheid de omvang van dit schandaal, overtrad ze Europese wetgeving en deed ze geen onderzoek naar de gezondheidsgevolgen?

Hoe de overheid een schandaal met gevaarlijke hormonen onder de mat veegde

Rillingen liepen ons over de rug toen we in het voorjaar van 2016 een geheim rapport van de Belgische gerechtelijke politie onder ogen kregen. Er stond in dat zich in 2002 een ‘nooit eerder gezien gevaar voor de volksgezondheid in heel Europa’ had voorgedaan.

Die verontrustende informatie ging over een schandaal dat de geschiedenis inging als de In de lente van 2002 constateerden Nederlandse varkensboeren mysterieuze verschijnselen bij hun zeugen.

Niet veel later werd duidelijk waarom: in het voer van honderdduizenden Nederlandse varkens zaten grote hoeveelheden verboden hormonen, waaronder dus MPA. Vijftigduizend varkens werden geruimd en de Tweede Kamer voerde verhitte debatten over hoe dit nu toch had kunnen gebeuren.

Zoals nu ook in de Fipronilcrisis was de overheid er als de kippen bij om te verzekeren dat mensen geen enkel risico liepen en alles onder controle was.

Uit dat Belgische politierapport blijkt dat het schandaal veel groter was dan destijds naar buiten werd gebracht. Nadat we het document kregen toegespeeld, beet de onderzoeksgroep van De Correspondent zich in de affaire vast. We spraken vele betrokkenen, dienden een serie openbaarheidsverzoeken in en gingen steeds meer begrijpen van dit schandaal.

Onze belangrijkste conclusie: de Nederlandse overheid heeft er alles aan gedaan om informatie over de MPA-affaire onder het tapijt te vegen. Toen, in de periode nadat de eerste verschijnselen bij de zeugen waren geconstateerd. Maar ook nu: we zijn in onze zoektocht door verschillende overheidsinstanties, ambtenaren en persvoorlichters volop

Ondanks die tegenwerking kunnen we na ruim een jaar onderzoek deze bevindingen hard maken:

  • De verspreiding van de hormoonvervuiling in de varkenssector was veel groter dan destijds naar buiten kwam.
  • En niet alleen dat: grote hoeveelheden van de hormonen zijn gebruikt in producten die direct door mensen zijn geconsumeerd, zoals limonade en ijsjes.
  • De werkelijke omvang van het MPA-schandaal en de eventuele gezondheidsrisico’s zijn door de overheid nooit in kaart gebracht.
  • Nederland heeft de Europese Commissie tijdens de crisis onvolledige informatie gegeven.
  • De Nederlandse overheid heeft Europese wetgeving overtreden in haar pogingen de MPA-crisis te bezweren.
  • Als Nederland zich strikt aan de wetten en regels had gehouden, zou de economische schade niet te overzien zijn geweest.

Een reconstructie van een groot schandaal dat geen schandaal mocht worden.

Paniek! Er zit gif in limonades!

10 juli 2002. Nederland krijgt een ‘zeer urgent’ bericht binnen van de Europese Commissie. Nadat in de weken daarvoor veel ophef is geweest over MPA-vervuiling in varkensvoer, zijn de hormonen nu ook in Belgische limonades aangetroffen.

Meteen stuurt een medewerker van de Keuringsdienst van Waren een paniekerig bericht aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). ‘Bijgaand een rapid alert uit België over de limonades. De gehaltes zijn erin vermeld. Volgens mij zijn de varkens niets vergeleken bij deze gehalten.’

De mail met die pikante zin hebben wij in ons bezit. We hebben ‘m via een openbaarheidsverzoek na maanden ook van het RIVM gekregen. Alleen zonder die ene zin. Die is weggelakt.

Het is een van de vele tekenen dat de overheid ook nu nog liever het deksel op de put houdt.

‘Bijgaand een rapid alert uit België over de limonades. Volgens mij zijn de varkens niets vergeleken bij deze gehalten’

Gevraagd waarom ze dit hebben weggehaald, stelt het RIVM dat op grond van de Wet openbaarheid van bestuur een ‘aantal delen met persoonlijke beleidsopvattingen verwijderd’ is. Alleen is dit geen persoonlijke beleidsopvatting, maar een constatering die juist is. Daarover later meer.

Over het feit dat er limonade was gevonden met de hormonen, is in de archieven wel te vinden. Maar de Tweede Kamer is er nooit over geïnformeerd. Alle aandacht ging uit naar vervuiling in de varkenssector.

Achter de schermen vindt ondertussen druk overleg plaats tussen de autoriteiten over hoe gevaarlijk deze besmetting in de menselijke voedselketen is. In het openbaar zwijgen ze erover.

Op de ernst van de hormoonvervuiling in de limonades komen we terug. Maar eerst hoe het allemaal begon.

Foto: Anika Schwarzlose (voor De Correspondent)

Foto: Anika Schwarzlose (voor De Correspondent)

Hoe de affaire losbarst

22 mei 2002. Zeugen op drie varkenshouderijen in Brabant vertonen vreemde lichamelijke verschijnselen. De geboorte van biggen blijft uit, terwijl de duur van de zwangerschap al is overschreden. Ze lijken hormonaal volledig verstoord. Allemaal hebben ze vergrote eierstokken, met flinke De geboorte komt pas op gang als de biggetjes in de baarmoeder zijn gestorven.

De Utrechtse professor diergeneeskunde Leo van Leengoed is de man die de affaire aan het rollen brengt. Met een groep studenten bezoekt hij het bedrijf Welvaarts in Boxtel, waar de verschijnselen optreden. Vijftien jaar later staat hem zijn eerste indruk nog scherp voor de geest. ‘Dit had ik in mijn hele carrière nog nooit gezien.’

Ongerust belt hij de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees om hulp bij het onderzoeken van de dieren. De reactie is koeltjes: varkens met cysten, ‘die zag men wel vaker,’ herinnert Van Leengoed zich. ‘Ik vertrouwde het niet en wilde per se weten wat daar gebeurd was.’

Een contact van Van Leengoed regelt dat het RIVM wel laboratoriumcapaciteit vrijmaakt om de zeugen te onderzoeken. De volgende dag ontvangt Van Leengoed een telefoontje van het RIVM waar hij onder embargo te horen krijgt dat er bij de dieren een niet-natuurlijk hormoon is aangetroffen. ‘Toen wist ik dat het goed mis was.’

Op 20 juni wordt de oorzaak van de problemen aangewezen: het gaat om het stofje MedroxyProgesteronAcetaat (MPA). Dat hormoon zit in pillen van het farmaceutische bedrijf Wyeth, onder meer in waarvoor Pfizer, het bedrijf waar Wyeth in is opgegaan, inmiddels voor aan schadeclaims heeft afgekocht. Op de rol van dit bedrijf in de affaire, waar op dit moment nog steeds rechtszaken over lopen, gaan we morgen op De Correspondent nader in.

Het afvalwater van de suikeroplossing waar de pillen in werden gedoopt, had Wyeth aan het Belgische afvalverwerkingsbedrijf Bioland geleverd. En dat heeft het, in plaats van het veilig te verwerken, doorverkocht aan die dachten schone zoetstof op de kop te tikken.

En MPA is een gevaarlijk goedje. Volgens Wyeth zelf kan het de vruchtbaarheid aantasten, schade toebrengen aan het ongeboren kind, serieuze gezondheidsschade veroorzaken bij voortgezette blootstelling. Bij inname moet onmiddellijk een arts worden gewaarschuwd.

De Europese Commissie heeft dan ook verboden MPA toe te dienen aan landbouwdieren. Het mag domweg niet in vlees zitten. Want volgens een wetenschappelijk adviesorgaan van de Commissie is er ook geen veilige dosis voor dergelijke hormonen vast te stellen.

Niet echt een stofje dus waarvan je wilt dat het in karbonades en speklapjes terecht komt. Laat staan in limonades en ijsjes.

De cystes die Leo van Leengoed aantrof in de met MPA besmette varkens. Collage: Anika Schwarzlose (voor De Correspondent)

De cystes die Leo van Leengoed aantrof in de met MPA besmette varkens. Collage: Anika Schwarzlose (voor De Correspondent)

Hoe de overheid (niet) reageert

Maar als de ministers van Landbouw en Volksgezondheid de Tweede Kamer op informeren, doen ze alsof er weinig aan de hand is. Ja, stukken vlees van besmette varkens zijn de afgelopen weken aan consumenten verkocht. Maar, verzekeren Laurens Jan Brinkhorst en Els Borst de Kamer, uit berekeningen van het RIVM blijkt dat het MPA geen risico vormt voor de volksgezondheid.

Waar zijn deze sussende woorden van de ministers op gebaseerd? De volle omvang van het schandaal is op dat moment nog lang niet zichtbaar. Integendeel, in de dagen daarna breidt het zich als een olievlek uit.

Veel meer varkens blijken getroffen. Het spul is ook bij kippenboerderijen terechtgekomen en er zit niet alleen MPA in, maar ook een ander hormoon, 17-beta-oestradiol. Maar dat krijgt veel minder aandacht. In de brieven aan de Kamer vermeldt de minister alleen MPA, niet 17-beta-oestradiol.

MPA ‘wordt gebruikt om de geslachtsdrift af te remmen bij seksuele delinquenten’

Onterecht, vindt professor Van Leengoed. ‘Dat de varkens zo massaal cystes kregen, kon moeilijk alleen verklaard worden door MPA,’ zegt hij. ‘Naar mijn mening moest er in het voer op zijn minst ook een stof met in hebben gezeten.’ Hij bleek later gelijk te hebben.

Naar de Kamer blijft het kabinet een relativerende toon aanslaan. Geen enkel gevaar voor de volksgezondheid, is in de komende maanden het mantra. Achter de schermen is de toon een heel andere.

Zo krijgt de Brabantse varkenshouder Jack Gommers van het ministerie van Landbouw in december 2002 een brandbrief van 35 pagina’s waarin uitgebreid wordt ingegaan op de risico’s van de aangetroffen stoffen. Zijn met MPA-besmette bedrijf is terecht onder toezicht geplaatst, beredeneert de directeur juridische zaken, want ‘MPA kan een gevaar voor de gezondheid van mens en dier opleveren.’

Hij somt een waslijst van bijwerkingen op, onder meer een grotere kans op borsttumoren, beroertes, longembolie, diabetes en depressie. Ook merkt hij op dat MPA ‘wordt gebruikt om de geslachtsdrift af te remmen bij seksuele delinquenten.’ Het mag in het geheel niet in voer, laat staan vlees zitten, betoogt het ministerie.

Foto: Anika Schwarzlose (voor De Correspondent)

Foto: Anika Schwarzlose (voor De Correspondent)

Wat er in de menselijke voedselketen zat

‘Geen gevaren voor de volksgezondheid,’ bezweert landbouwminister op opnieuw. In zijn brief aan de Kamer is een paragraaf gewijd aan ‘MPA in de levensmiddelenindustrie.’ De minister meldt dat mogelijk met MPA vervuilde in sauzen is verwerkt. Maar in de sauzen zelf is geen enkel spoor van het hormoon aangetroffen.

Over de limonades zwijgt hij in alle talen. Terwijl het leeuwendeel van het besmette suikerwater juist naar fabrikanten van limonades en ook ijsjes is gegaan.

De problemen die bij de varkens ontstonden, zijn namelijk het gevolg van de laatste partijen suikerwater die van Wyeth kwamen en door het Belgische afvalverwerkingsbedrijf Bioland werden doorverkocht. In de twee jaar daarvoor ging het spul vooral naar limonadefabrikanten.

Dat blijkt uit de paginalange lijst waarop staat waar het MPA-suikerwater van Bioland allemaal heen is gegaan, die we halverwege ons onderzoek in handen krijgen. Dat ziet er ongeveer zo uit: ‘Pura schrijft 246767 Bef over op de rekening van Bioland voor de levering van 12360 kg suikersiroop.’

Pura Bronnen is een ooit roemruchte maar intussen failliet gegane limonadefabriek uit België. Het gelekte Belgische politierapport meldt dat deze fabriek gedurende ruim anderhalf jaar ‘enkel en alleen suikersiroop van Bioland’ heeft gebruikt als zoetstof in de limonade. In totaal ging er meer dan 250.000 kilo suikerwater richting Pura Bronnen. De fabriek produceerde 40.000 liter limonade per week, ook voor de export.

Van de limonades waarin het suikerwater is terechtgekomen, was op het moment dat de politie onderzoek deed geen voorraad meer aanwezig. Ze zijn dus allemaal verkocht en geconsumeerd. Wel waren er bewaarde monsters, mét behoorlijke concentraties van het hormoon MPA vastgesteld.

Voor andere producten waren er geen monsters. Op de lijst van fabrikanten waar Bioland partijen aan leverde, stonden verder ook nog een Belgische ijsjesmaker en een Duitse limonadefabrikant en een Duitse bierbrouwer. Of en in welke concentraties in de daarmee gemaakte producten MPA en ook 17-beta-oestradiol zat, is niet meer te achterhalen.

In een reactie laat Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit weten dat is uitgezocht of de besmette suikersiroop ook bij Nederlandse limonadefabrikanten terecht is gekomen. Dat was niet het geval. En daarmee was de zaak afgedaan.

Maar er is nooit een serieuze poging ondernomen te achterhalen waar de besmette Belgische limonades allemaal naartoe zijn gegaan en wie ze heeft geconsumeerd. Er is dus ook nooit in de gaten gehouden of er bij die mensen gezondheidseffecten zijn opgetreden. Het spul was nu eenmaal in het keelgat verdwenen, dat viel niet meer terug te draaien.

De Europese Commissie was niet goed op de hoogte van het feit dat besmet suikerwater is geconsumeerd. In een op 13 augustus 2002 gemaakt overzichtsstuk van de MPA-affaire schrijft ze dat leveringen aan de frisdrankindustrie zijn getraceerd en alle mogelijk vervuilde voorraden zijn vernietigd. Geen woord wijdt ze aan de voorraden die allang waren verkocht en opgedronken.

Zijn die Belgische limonades ook naar Nederland geëxporteerd en hier geconsumeerd? We zullen het nooit weten. De Nederlandse regering vond het in ieder geval niet nodig aan de volksvertegenwoordiging te melden dat er een probleem met limonades was. Ook voelde het geen aandrang het verder uit te zoeken.

stroom ijsjes limonade kindercola Alle commotie over de varkens ging over deze stroom Het merendeel hiervan ging naar de menselijke voedselketen en kwam o.a. terecht in: 400 - 600 ton 200 ton In het voorjaar van 2002 gingen er laatste partijen naar veevoeder-fabrikanten Bleef buiten zicht Vervuilde afvalstroom Sinds begin 2000

Waarom de hormonen problematisch zijn

Wat is dan wel bekend over de besmetting? We nemen contact op met ingenieur Etienne Cobbaert, oud-medewerker van het Belgische Federale Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en de man die de MPA-waarden in de menselijke voedselketen destijds heeft gemeten.

Aan tafel in zijn huis in het West-Vlaamse Roeselare zegt de inmiddels gepensioneerde ingenieur: ‘In Europa hebben we nultolerantie voor hormonale toevoegingen. Het mag niet in menselijke voeding zitten, dat is taboe. Je mag kinderen geen pil geven.’

Maar het zat wél in voedsel dat speciaal voor kinderen is bedoeld: ijsjes, limonade, kindercola. ‘Al die producten zijn geconsumeerd,’ zegt Cobbaert. Op de vraag of kinderen daardoor wellicht gezondheidsproblemen hebben gekregen, antwoordt hij. ‘Ik denk van niet, maar zeker zullen we het nooit weten.’

MPA zat in voedsel dat speciaal voor kinderen is bedoeld: ijsjes, limonade, kindercola. ‘Al die producten zijn geconsumeerd’

De verslagen van de metingen die Cobbaert destijds maakte, bevestigen dat de limonades inderdaad sterker vervuild waren dan het vlees, zoals in de weggelakte zin in de e-mail aan het RIVM stond.

In het niervet van de varkens werd maximaal 65 ppb gemeten. Bij de limonadefabrikanten lag de gemeten waarde tussen 350 ppb en 520 ppb in de suikersiroop. Bovendien zat er daar nog een behoorlijke hoeveelheid – maximaal 100 pbb - in van dat andere hormoon, 17-beta-oestradiol.

Dat gewraakte zinnetje dat de gehaltes in de varkens niets waren bij die in de limonades was dus een feit, geen ‘persoonlijke beleidsopvatting.’ Een feit dat grote reden tot zorg gaf.

Foto: Anika Schwarzlose (voor De Correspondent)

Foto: Anika Schwarzlose (voor De Correspondent)

Hoe het RIVM met het paniekbericht omgaat

Terug naar dat paniekerige bericht over limonades. Het RIVM gaat meteen aan het werk en maakt een ‘snelle inschatting’ van het risico. De maximaal aanbevolen dagelijkse inname (ADI) wordt tot een factor drie overschreden, concludeert de dienst. Maar in die ADI zit een ruime veiligheidsmarge. ‘Ergo: geen reden voor paniek,’ concludeert de dienstdoende toxicoloog van het RIVM in een e-mail, ‘maar echt ‘gezond’ is anders!’

Er is alle reden om te twijfelen aan de rekensom van het RIVM die leidde tot de ‘geen gevaar’- boodschap. Op basis van de gegevens over het gehalte aan zoetstof in het besmette suikerwater kunnen we concluderen dat er twee keer zo veel van het spul in de limonades moet hebben gezeten dan waar het RIVM van uitging.

In een reactie laat het RIVM weten dat het heeft gerekend met een door de Keuringsdienst van Waren aangeleverd gehalte. Jullie berekening is correct, zegt het RIVM, als de suikerstroop de enige bron van zoetstof in de limonade was. In dat geval was de maximaal aanbevolen dagelijkse inname (ADI) dus met een factor vier à zes overschreden.

rivm *Maximaal aanbevolen dagelijkse inname Volgens RIVM 7-10 % In werkelijkheid 16-19 % Percentage van het suikerwater in de limonade Volgens RIVM Werkelijkheid 3x boven de maximaal ADI* 4 - 6 x boven de maximaal ADI*


Of dat het oordeel over de gezondheidseffecten had veranderd, is onze vervolgvraag. Dat vindt het RIVM ‘speculatief’: ‘Een factor 4-6 overschrijding van de ADI ligt in het gebied waar het mogelijk te verwachten effect onzeker is.’

Effect onzeker, dat klinkt een stuk minder stellig dan de bezwering van de minister uit 2002 dat de MPA-affaire geen enkel gevaar voor de volksgezondheid inhield.

Bovendien is het de vraag hoe betrouwbaar de ADI was waar het RIVM mee werkte. Een wetenschappelijk adviescomité van de Europese Commissie was eerder juist tot gekomen dat er voor hormonen in vlees ‘geen aanvaardbare veilige dagelijkse inname (ADI) kan worden vastgesteld.’ Juist daarom stelt de Europese Commissie dat vlees dat ook maar de miniemste hoeveelheid hormonen bevat niet in de handel gebracht mag worden.

Dat geldt ook voor 17-beta-oestradiol, het andere goedje dat in het besmette suikerwater zit. Het wetenschappelijk adviescomité heeft geconcludeerd dat er ‘een substantiële hoeveelheid bewijs is dat 17-beta-oestradiol een volledig kankerverwekkende stof is.’

Het RIVM heeft daar een rooskleuriger standpunt over. In een door een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur verkregen verslag van een overleg op 8 juli is te lezen: ‘KvW meldt dat RIVM – in tegenstelling tot het [Weggelakt] – heeft aangegeven dat gebruik van 17-beta-oestradiol oplevert.’ Het geruststellende oordeel van het RIVM wordt overgenomen.

De emeritus-hoogleraar en oud-adviseur van de Belgische Hoge Gezondheidsraad Nik Van Larebeke vindt dat het RIVM ten onrechte heeft geconcludeerd dat er geen gevaar was voor de volksgezondheid. Onderzoek laat zien dat zeer lage doses van hormoonverstorende stoffen ook belangrijke effecten kunnen hebben, vertelt hij ons. ‘Het is wetenschappelijk onmogelijk van dergelijke stoffen een veilige concentratie vast te stellen.’

Hij wil wel dat we óók opschrijven dat het omgekeerde niet is te bewijzen: dat de stoffen wél schade hebben aangericht. Zeker is in ieder geval dat er alle reden tot grote zorg was. Van Larebeke is verontwaardigd over het feit dat de overheden in België en Nederland niets met deze kennis hebben gedaan.

Foto: Anika Schwarzlose (voor De Correspondent)

Foto: Anika Schwarzlose (voor De Correspondent)

Hoe de overheid de schade probeert te beperken

Over de stromen van het besmette suikerwater naar de voedselindustrie zwijgt de Nederlandse overheid dus in alle talen. De aandacht richt zich volledig op de ladingen die richting de veevoederfabrikanten zijn gegaan.

Het uitvlooien van de weg die het voer is gegaan, is een helse klus. In de weken na het uitbreken van de affaire blijkt het aantal besmette veehouderijen telkens weer hoger te liggen dan eerder meegedeeld. Nieuwe routes die het besmette voer is gegaan komen aan het licht. Het voer kwam niet alleen in Nederland en België, maar ook in Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Spanje en Zweden terecht.

Drie hoofdstromen legt de Nederlandse overheid bloot. De grootste zorgen baart de eerste, de ‘brijvoerstroom.’ Via dat natte voer zouden de varkens de hoogste concentraties MPA hebben binnengekregen.

In die varkens worden gehaltes MPA gemeten die tot vijftien keer hoger liggen dan de waarden waarmee het RIVM aanvankelijk rekende. Nog steeds ruim binnen de veiligheidsmarge, vindt dat instituut, maar wel reden om negenenvijftig bedrijven waar het vervuilde brijvoer is binnengekomen op slot te zetten.

Het tweede spoor loopt vanaf een bedrijf waar zwaar vervuilde melasse is gevonden. Dat is in mengvoer terechtgekomen dat is geleverd aan 516 varkenshouderijen.

In de varkens worden gehaltes MPA gemeten die tot vijftien keer hoger liggen dan de waarden waarmee het RIVM aanvankelijk rekende

Via weer een ander bedrijf, het derde spoor, is vervuild melasse bij duizenden boerderijen, ook pluimveebedrijven, beland. Tot opluchting van de overheid wijzen proefmonsters uit dat de varkens en kippen die daarvan hebben gegeten zelf niet besmet zijn.

Althans, dat is de bewering in een interne e-mail van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 17 juli 2002 met als naam ‘Even bijpraten over MPA.’ Daarin staat dat er zo’n vijfhonderd vleesmonsters zijn genomen in spoor 2 en 3. ‘Dit om onze aanname, dat we geen MPA in het vlees zouden terugvinden, te onderbouwen. Maandag waren de meeste resultaten binnen: allemaal negatief!’

Er is een aantal serieuze redenen om daaraan te twijfelen.

Enkele dagen daarvoor komt een ander, commercieel laboratorium namelijk tot heel andere resultaten. Uit hun testen blijkt dat in maar liefst 40 procent van de onderzochte varkens uit spoor 2 en 3 MPA is gevonden.

Dat commerciële laboratorium is ingezet omdat de overheidslaboratoria onvoldoende analysecapaciteit hebben. Het opvallende: nadat dit laboratorium in spoor 2 en 3 besmette dieren vindt, komt de Rijksdienst voor de Keuring van Vlees en Voer tot de conclusie dat dit allemaal ‘vals positieven’ zijn. De door het laboratorium gebruikte onderzoeksmethode zou In een reactie zegt de NVWA nu dat het laboratorium ‘niet functioneerde’. Vreemd genoeg laat de directeur van het betreffende laboratorium weten dat ze in die tijd zelfs complimenten hebben gekregen over hun werk van de opdrachtgever.

Het is niet de enige aanwijzing dat er meer aan de hand was dan de overheid naar buiten bracht. Dat laat het verhaal van varkensboer Jack Gommers zien - waar wij aanstaande woensdag uitgebreider op ingaan.

Gommers is een van de boeren uit het eerste spoor, althans dat is altijd beweerd door de instanties. Zijn brijvoer was besmet met MPA, en op basis van één positief getest varken behoort hij tot de bedrijven die door de overheid officieel onder toezicht zijn komen te staan.

Maar Gommers kreeg gedurende de MPA-affaire nooit de laboratoriumuitslagen van zijn dieren toegestuurd. Hij vermoedde dat zijn boerderij veel erger besmet was dan hem werd verteld. In 2012, na een tien jaar durende strijd, komt hij dat de eerste twintig afgevoerde varkens inderdaad allemaal MPA in hun lijf hadden.

Ook zijn biggen, die op een andere locatie waren gestald en ander voer hadden gegeten. Zogenoemd droogvoer uit spoor 3, afkomstig van een van de leveranciers in de veel omvangrijkere sporen. Die heeft later zelfs een schaderegeling met hem getroffen vanwege het leveren van besmet veevoer, blijkt uit de indrukwekkende verzameling processtukken die Gommers over de affaire heeft verzameld.

Altijd heeft Nederland de wereld verzekerd dat alleen de varkens in het kleine spoor 1 besmet waren. Alle varkens in de veel en veel omvangrijkere andere sporen zouden schoon zijn. De besmette biggen van Gommers vertellen een ander verhaal.

En dat is dan weer een verklaring voor het feit dat Nederland de positieve laboratoriumuitslagen van Gommers nooit aan de Europese Commissie door heeft gegeven - zoals lidstaten verplicht zijn. Dat blijkt uit een op ons verzoek openbaar gemaakt rapportagedocument.

Foto: Anika Schwarzlose (voor De Correspondent)

Foto: Anika Schwarzlose (voor De Correspondent)

Hoe de Nederlandse overheid botst met de Europese Commissie

Wat Nederland wel gretig aan de Europese Commissie geeft, zijn de negatieve testuitslagen uit spoor 2 en 3. Twee ambtenaren gaan daarmee in juli 2002 naar Brussel - zo meldt een verslag van 17 juli - ‘om onze aanpak te verdedigen en een dreigende afsluiting van Nederland te voorkomen.’

Want Nederland heeft alleen de bedrijven in spoor 1 onder toezicht geplaatst, niet die in spoor 2 en 3. En dat is niet in overeenstemming met de Europese wet.

‘De relevante Europese richtlijnen zijn duidelijk,’ zegt Johan van de Gronden, hoogleraar Europees recht aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. ‘Daar is niet van af te wijken. Als die stoffen in het voer zijn aangetroffen, moeten alle bedrijven waar het voer aan geleverd is onder toezicht worden geplaatst en dienen de dieren te worden onderzocht.’

Uit de verslagen van het ingestelde overlegorgaan dat zich met de MPA-crisis bezighield, blijkt dat de Europese Commissie van Nederland eist dat als één varken op een bedrijf besmet blijkt te zijn, ze allemaal getest worden of allemaal vernietigd.

Nederland wil dit niet en voert een felle strijd met de Europese Commissie. In een verslag is opgetekend: ‘Nederland bleek zich in een moeilijke positie te bevinden. [Weggelakte naam] benadrukt dat de zwakke positie van Nederland mede het gevolg is van het aanleveren van nieuwe negatieve informatie.’ En: ‘Nederland heeft zich verzet tegen de door de Cie [Commissie, TV] voorgestane aanpak, maar hiervoor is weinig begrip.’

Een intern bericht van een dag later bevestigt dat de Europese Commissie het door Nederland opgestelde protocol voor vrijgave van de onder toezicht gestelde bedrijven niet heeft geaccepteerd. ‘We worden nu gedwongen om alle bedrijven te ruimen of het testen van iedere varken die de markt op moet.’

Niet alleen met de Europese Commissie ligt Nederland in de clinch. Ook intern rommelt het. In de notulen van het MPA-overleg van 23 juli 2002 staat: ‘Er zijn negatieve geluiden over de gekozen aanpak; de aanwezigen worden opgeroepen de gekozen aanpak te ondersteunen.’ Wat daarna volgt, is weer weggelakt.

Het wordt nog erger. Op Europees niveau gaan er stemmen op om Nederland tot een nog radicalere aanpak te dwingen: alle varkens die überhaupt in aanraking zijn gekomen met besmet voer moeten vernietigd worden.

Die aanpak sluit aan bij Europese regelgeving. Een uit 1996 verbiedt hormonen aan landbouwdieren toe te dienen en vlees in de handel te brengen waarin sporen van die hormonen zijn te vinden.

Precies om die reden heeft de EU in 1998 ook een importverbod ingesteld voor vlees uit de VS dat met hormonen is behandeld. Nogal pijnlijk als nu in Europees vlees dergelijke hormonen zitten.

De Europese Commissie wil dan ook absolute zekerheid dat hier geen sprake van is en dwingt Nederland bij alle onder toezicht geplaatste bedrijven ook te onderzoeken of er 17-beta-oestradiol in de varkens zit.

Nederland belooft dat te doen. Maar uitslagen van die metingen zijn niet terug te vinden in de communicatie met Brussel. De overheid heeft ze ook niet aan ons verschaft, in reactie op ons beroep op de Wet openbaarheid bestuur. Wel zijn er bij sommige documenten die wij hebben gezien met pen uitslagen geschreven, die vele malen hoger liggen dan de MPA-concentraties.

We vragen de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit waarom deze gegevens niet aan de Europese Commissie zijn geleverd. Het antwoord blijft uit, ‘een adequate reconstructie van deze gebeurtenissen [is] niet meer mogelijk.’

In een brief van de juridische directeur van het ministerie van Landbouw, die we via een andere weg in bezit hebben gekregen, is te lezen dat strikte interpretatie van de Europese wet betekent dat de helft van de Nederlandse varkens, een kleine zes miljoen, de destructiemolen in moet.

En: dat het Nederland pas na sterk aandringen in het Europese overlegorgaan is gelukt om hiervan af te mogen wijken.

omvang_schandaal 50.000 varkens werden er geruimd = 10.000 De omvang van het schandaal was veel groter 6.000.000 varkenshadden er mogelijk geruimd moeten worden, volgens Europese wet- en regelgeving Dit is iets meer dan de helft van de Nederlandse varkensstapel in 2002

We hebben het zwart op wit dat de hoogste jurist van het ministerie vreesde dat handhaving van de Europese wet dergelijke dramatische gevolgen zou hebben voor de varkens én de boeren.

Maar in antwoord op onze vragen zegt het ministerie nu dat er helemaal geen afwijking van de regels was. Want: ‘De EU-verordening ziet toe op het bewust toedienen van MPA als diergeneesmiddel. De verordening hield geen rekening met een contaminatie zoals bij de MPA-affaire.’

Om dat te onderbouwen, verwijst het ministerie naar de notulen van een Europees overleg in Brussel op 17 juli 2002. Daarin staat dat er discussie was over de toepasbaarheid van de richtlijn. De voorzitter onderstreepte dat de hormonen in dit geval niet opzettelijk aan de landbouwhuisdieren waren toegediend, maar er door een besmetting in waren terechtgekomen.

Nergens staat in deze notulen dat dit betekende dat de richtlijn niet toepasbaar was.

Al deze notulen en brieven waarin de strijd achter de schermen tussen Nederland en de Europese Commissie zijn geboekstaafd lezen als een thriller. Maar van dit intense gevecht dringt weinig tot niets tot de volksvertegenwoordiging door. Minister Veerman de volksvertegenwoordiging zakelijk: ‘Met de Europese Commissie zijn afspraken gemaakt om de vervuiling een halt toe te roepen.’

Hoe besmet vlees in de schappen blijft

De Europese Commissie wil ook dat Nederland al het besmette voer uit alle sporen terughaalt. Maar de minister moet op 5 september 2002 in de Kamer bekennen dat dat maar met 15 procent van het voer is gelukt. Gelukkig zijn er geen problemen mee opgetreden, bezweert hij. Met andere woorden: het is wel opgegeten, maar dat is geen drama, want we hebben er geen varkens door zien omvallen.

Goed, besmet voer mag knap vervelend zijn, maar waar het uiteindelijk om gaat is dat mensen geen besmet vlees te eten krijgen. Je zou dus denken dat de overheid alles op alles zet om wel al het vlees dat mogelijk besmet is terug te halen. Want zelfs als ze denken dat er geen gezondheidsrisico is, hormonen mogen niet in vlees zitten.

‘Veel van deze stromen zijn al geconsumeerd en verwerkt’

Maar de directeur van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees heeft daar andere ideeën bij. In een brief van 3 juli 2002 geeft hij het advies alle vlees en bijproducten te traceren tot en met de slachterij. Want voor besmet vlees dat in de schappen is beland geldt: ‘Veel van deze stromen zijn al geconsumeerd en verwerkt.’

Hij vreest ‘verwarring’ als het vlees teruggehaald wordt uit de winkels. Dan zouden de mensen zich weleens kunnen afvragen: ‘Als er geen gevaar is voor de volksgezondheid waarom wordt dan alles opgespoord? Er zal dus wel meer aan de hand zijn?’

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit bevestigt ons dat dit advies is overgenomen. Er is ook geen poging gedaan in kaart te brengen hoeveel besmet vlees bij de consument is terechtgekomen. ‘Het meeste vlees was al geconsumeerd, waardoor er geen handelingsperspectief meer was en verder onderzoek hieraan niets zou toevoegen.’

Schokkende conclusie

Het is tekenend voor de hele aanpak van de overheid in de MPA-crisis. Volgens de wet mag vlees waar hormonen in zit niet in de handel worden gebracht. Logischerwijs moet vlees waar het wel in zit dus teruggehaald worden. Maar de angst voor onrust en voor economische schade is groter dan de wil zich aan de wet te houden en elk gezondheidsrisico uit te sluiten.

Steeds is het mantra: er is geen enkel gezondheidsrisico. Maar die conclusie is niet te trekken. Want van de stoffen die erin zitten, is geen veilige dosis vast te stellen. Ook weten we van producten die zijn geconsumeerd niet hoeveel hormonen erin zaten.

Drie jaar later, in 2005, lekt er uit van de politie (KLPD) over milieucriminaliteit. Het is al in november 2003 opgesteld en de MPA-affaire speelt een grote rol.

In tegenstelling tot het officiële verhaal, concludeert de KLPD dat de volksgezondheid serieus in het geding was. ‘De symptomen als gevolg van directe blootstelling aan MPA doen zich voor op het gebied van de voortplanting, menstruele cyclus, geslachtsorganen, urinewegen, hart en bloedvaten, maagdarmkanaal, huid, slijmvliezen en geestelijk welzijn. De risico’s bestaan zelfs bij geringe doses, en voor geen enkele stof kan een kritische drempel worden vastgesteld.’

Weer jaren later, in 2009, komt de Belgische federale gerechtelijke politie tot de conclusie: ‘Dit alles veroorzaakte een nooit eerder gezien gevaar voor de volksgezondheid, niet alleen in België en Nederland maar in bijna alle landen van Europa.’ Ook schrijven ze dat medewerkers van de Belgische voedselautoriteit vonden dat de dioxinecrisis, het schandaal rond het zeer schadelijke gif dat in melk en kippen was beland en dat in België twee ministers tot aftreden dwong, ‘een peuleschil’ was in vergelijking met deze affaire.

Maar die schokkende conclusie bereikte het publiek tot op heden nimmer.

Deze week zullen we nog ingaan op de dader en een slachtoffer in deze affaire.

Lees ook:

Zo kwamen hormonen van farmagigant Wyeth in voedsel terecht Grote hoeveelheden verboden hormonen zijn in 2002 in varkensvoer en menselijk voedsel terechtgekomen. De troep was afkomstig van farmagigant Wyeth. Vandaag in deel 2 van ons onderzoek: hoe de hoofdschuldige tot nu toe de dans ontspringt. Lees het verhaal hier terug Hoe de Nederlandse overheid een varkensboer tevergeefs het zwijgen op probeerde te leggen Jack Gommers beweert dat de overheid een groot hormoonschandaal in de doofpot stopte. Deel 3 van ons onderzoek: een portret van de oud-varkensboer die al vijftien jaar als complotdenker weggezet wordt. Lees het verhaal hier terug

Benieuwd naar de rest van het artikel?

Dan kun je gewoon verder lezen. Wij geloven niet in betaalmuren, omdat we het belangrijk vinden dat onze journalistiek zoveel mogelijk mensen bereikt. Wil jij toegang tot alle verhalen? Word dan lid!